HomeHet onregtmatige, ondoeltreffende en hoogst-nadeelige der Armenwet, in hare bepalingen omtrent het domicilie van onderstandPagina 23

JPEG (Deze pagina), 635.87 KB

TIFF (Deze pagina), 5.76 MB

PDF (Volledig document), 30.22 MB

21
erkenning van dat regt en züne werking onder züne
voorschriften op, niet omdat die instellingen dit be-
hoeven, maar om de onvermüdelüke bepalingen voor de
burgerlüke armverzorging daarop te gronden, daarmede
in onmiddellyk verband te brengen, en zooveel mogelgk
tegen verkeerde opvatting te waken" *) ­­ dan vragen
wü of het geene onbegrüpelijke dwaling is, om, wanneer
men de burgerlüke armenzorg op de kerkelüke wil gron-
den en slechts subsidiair doen medewerken, alsdan voor
heide in het domicilie van onderstand eenen verschillenden
grondslag te leggen, en het onmiddellük verband, dat men
wilde daarstellen, op die wüze terstond te verbreken.
Het kon dan ook niet anders, of die verschillende grond-
slag moest het doel, dat men zich voorstelde, regtstreeks
tegenwerken. De diaconiën, die slechts met bijzondere moeite
en onophondelük kollekteren de kosten harer armverzor-
ging konden d‘ekken, moesten er natuurlük toe geleid wor-
den, om de elders geborenen naar hunne geboorteplaats te
verwüzen, en zoo doende de kosten, die zg zelve niet be-
strüden konden , van hare eigene gemeente, op eene an-
dere zoeken over te brengen; en deden dit slechts enkele,
dan was het te voorzien, dat weldra de meeste zouden
volgen, ten einde hare gemeenten voor eenen dubbelen
armenlast te vrüwaren. Van daar dat, in plaats van eene
X kerkelüke hoofdarinenzorg met eene subsidiaire burgerlüke»
er van lieverlede twee hoofdarmbesturen moesten ont-
staan, ieder met eenen afzonderlüken werkkring; het ker-
kelük armbestuur voor inwonenden, die tevens ter plaatse
geboren zgn, en het burgerlük , voor inwonenden, die el-
ders geboren zün, welk laatste dan in den regel voor
rekening van andere gemeenten bedeelt.
Daar het nu uit statistieke opgaven gebleken is,dat om-
streeks een derde deel der bevolking , en in sommige ge-
*) ixoissisvam, p. 96.