HomeHet onregtmatige, ondoeltreffende en hoogst-nadeelige der Armenwet, in hare bepalingen omtrent het domicilie van onderstandPagina 21

JPEG (Deze pagina), 634.15 KB

TIFF (Deze pagina), 5.76 MB

PDF (Volledig document), 30.22 MB

19
niet anders doen. Zullen toch diakenen, overcenkonistig
hunnen pligt, slechts hen bedeelen, die daarop aanspraak
kunnen maken , en tevens in Christelijken zin tot zedelüke
verbetering der behoeltigen werkzaam zijn, dan moeten zij de
personen kennen die zg bedeelen, hunne omstandigheden
beoordeelen en hun levensgedrag nagaan, en dit is onmo-
gelük wanneer hunne bedeeling zich zonde uitstrekken tot
zulken, die elders gevestigd zgn. Ook moeten verreweg
de meeste, zoo niet alle kerkelgke armbesturen door giften
van hüzondere personen en kollekten in staat gesteld worden,
om behoorldk te kunnen bedeelen. Deze gillen worden
gegeven met het oog op de plaatselgke behoeften, en zouden
aanmerkelijk minder worden, zoodra men wist dat ze
elders besteed werden.
De kerkelijke armbesturen konden dus geen ander domi-
cilie van ondrrstand aannemen dan dat der inwoning.
Zoude nu de gemeenteldke armbedeeling subsidiair blüven,
dan moest men voor haar het zelfde domicilie aannemen.
Zoodra men toch voor haar eenen anderen grondslag aan-
Art. 17. De diakenen zorgen, voor zoo verre de middelen toelaten,
voor de ondersteuning van behoeftige lidmaten, die woonachtig zijn
onder het ressort der kerkelijke gemeente, tot welker dienst de
diakenen benoemd zijn.
Dit reglement; is vervangen door het Synodaal reglement voor de
j diaconiën der Nederl. Herv. kerk, uitgevaardigd den 20 Mei 1857.
Art. 6 van dit reglement zegt het volgende; Elke diaconie zorgt. voor
de armen, die in het kerkelijke ressort; van hare gemeente wonen.
Aan armen, die elders wonen, of die zich tijdelijk in eene gemeente
ophouden, wordt niet dan in den uitersten nood door diakenen on-
dersteuning verleend.
Algemeen reglement voor de besturen der parochiale en andere
Katholieke instellingen van liefdadigheid in het aartsbisdom van Utrecht
l en in de bisdommen van ’s Hertogenbosch, Breda, Roermond en
Haarlem.
Art. 23. Het parochiaal armbestnur zorgt, voor zooverre de mid-
delen toelaten, voor de ondersteuning van de armen en hulpbe-
hoevenden, die woonachtig zijn onder het gebied der parochiéu.