HomeHet onregtmatige, ondoeltreffende en hoogst-nadeelige der Armenwet, in hare bepalingen omtrent het domicilie van onderstandPagina 15

JPEG (Deze pagina), 626.90 KB

TIFF (Deze pagina), 5.75 MB

PDF (Volledig document), 30.22 MB

_j 45
{ De slaat toch bestaat uit alle gemeenten te zamen gene­
i men; brengt men dus de kosten ten laste der gemeenten,
A dan komen ze evenzeer ten laste van de ingezetenen,
Q als wanneer men ze ten laste van het rgk brengt. liet
I eenige onderscheid bestaat hierin, dat ze in het eerste
L geval op eene willekeurige wgze ongelgkmatig verdeeld
worden, terwgl ze in het tweede geval gelgkmatig worden
l gedragen; dat ze in het eerste geval in den regel niet
kunnen gekweten worden zonder nieuwe gemeentelasten
aan de ingezetenen op te leggen, en die tot eene schier
ij ondragelgke hoogte op te voeren; terwijl ze in het tweede
geval zouden kunnen worden gevonden zonder nieuwe
belastingen, enkel door mindere sommen voor vrijwillige
amortisatie af te zonderen.
Even weinig beteekenend is het argument, door de rege-
ring aangevoerd, dat het brengen dezer kosten len laste
van den staat eene directe afwijking zoude zijn van het
beginsel, dat de armenlast plaatselgk is. Ilet is toeh
geenszins bewezen, dat deze kosten vallen in de termen
van armenlast; want daartoe zoude het vooral` moeten uit-
gemaakt zgn, dat de veroordeelde bedelaars en landloopers
hehooren tot de kategorie der onvermgdelgk te bedeelen
i hehoeftigen en dat het kind van de veroordeelde ook
zonder die veroordeeling had moeten worden ondersteund.
j Dit is veelal niet het geval, want een tal van bedelaars
‘ en landloopers zgn dit slechts, omdat zg te lui, geens-
zins omdat zg onbekwaam zgn om te werken. Met
i regt zonde hun derhalve onderstand kunnen worden ge~
vveigerd. Maar juist aan dit hootdbeginsel, dat alle onder-
steuning van zgde der gemeenten vrgxvillig moet zgn,
wordt door de bepalingen van art. 226 en G6, even als door
het geheele restitutieslelsel den bodem ingeslagen.
Men heeft dus om een beginsel, dat hier van zeer twg-
telaehtige toepassing is, te redden, een ander, dat steeds
als hoefdbeginsel bg de geheele wet voorop gesteld is,