HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.16 MB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

gezien, waarbij dan nog - ik heb in mijn geschriften getracht het ;
| bewijs hiervoor te leveren -­ met volkomen erkenning van ­dat causale
j verband, een terugwerking van de ideologieën op den economischen
" - grondslag kan worden erkend. -
­ Beschouwen wij nu meer in het bijzonder de maatschappijleer, dan
blijkt, dat bij dit gedeelte van den ideologischen bovenbouw de
I werking der economische verhoudingen en ook van het klassebelang
· moeilijk kan worden overschat. Want de maatschappijleer is, vooral
li, l_ voor zooverre zij sociale economie is, de wetenschap van de economische
` ‘ f verhoudingen, de wetenschap, waarin de vraag behandeld wordt of,
c l` en, zoo ja, op welke wijze de economische verhoudingen door bewust .
c menschelijk ingrijpen kunnen en moeten worden gewijzigd. En in deze
`. V wetenschap treden de tegengestelde klassebelangen scheidend op. Het ,
W · klinkt voor velen zoo treffend juist: er is maar één waarheid en maar
i ~ · één ware sociale wetenschap. En toch is het slechts in abstracto en niet _
,,,r · in concreto vol te houden. Er behoort_ weliswaar bij een bepaald F
. _ feitenmateriaal slechts één theoretische waarheid, die het algemeene l
uit de bijzondere feiten inhoudt. Maar wat voor waarheid wordt
. A gehouden, wisselt niet alleen in den loop der maatschappelijke ‘
ontwikkeling met het veranderende feitenmateriaal en de veranderende
" 5, werkmethodes. Ook de verschillende klassen van een zelfde maat-
‘ schappelijke periode erkennen niet de zelfde theoretische waarheid.
Hoe kan het anders ? Zij leven ieder, om zoo te zeggen, in een afzonder­ ‘
r lijk deel van het maatschappelijk milieu. Zij zien niet de zelfde feiten.
En zelfs waar dit wel zoo is, daar worden, onder den invloed van het _
. ~ klassebelang, door de klassen niet de zelfde vraagstukken gesteld, ‘
Z ` niet op dezelfde wijze bepaalde feiten geaccentueerd, andere weer in
het bewustzijn teruggedrongen, daar komen de verschillende klassen
_ tot een verschillende waardeering en theoretische verwerking van het i
. empirische materiaal. Het complex van vraagstukken, dat naar oplos-
i sing dringt, de wijze van beantwoording en zelfs de methode van
onderzoek en de probleemstelling, dit alles is van de economische
verhoudingen met inbegrip van de klassepositie afhankelijk. En ook ‘
` het bestaan zelf van de maatschappijleer vloeit daaruit voort.
_ Zij is, als staathuishoudkunde, tot stand gekomen met de op- ‘
komst van het ka.pitalisme en van de kapitalistische klasse, toen de
A maatschappelijke verhoudingen ­- in tegenstelling tot die van de
voorkapitalistische middeneeuwsche productiewijze ­- zoo ingewikkeld er
en ondoorzichtig werden, dat aan ongeschoolden en ook aan de «
» i beoefenaars van aanverwante wetenschappen, welke zich tot nu toe
met enkele sociaal economische problemen hadden bemoeid, het I
' noodige inzicht in de zich thans opdringende moeilijke maatschappe­