HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 31

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

‘ ' 1
· l
l
' l
i van open·bare bedrijven gekomen, die echter èn door hun stroeve j
j W overheidsorganisatie èn door de principieele aanvaarding van de j
F _ kapitaalrente en de grondrente bij die bedrijven, sterk van het j
¥= gemeenschapsbedrijf overeenkomstig de den·kbeelden der Marxisten {
ik verschillen. En na den wereldoorlog, waarin de regeeringen zelf, om
_ de productieve krachten op te voeren, het voorbeeld van organi-
’ satorisch ingrijpen ten aanzien van het particuliere bedrijf meer dan l
· ooit hebben moeten geven, nu we een ontredderde en verarmde wereld
weer hebben op te bouwen, waarin elke verspilling van productieve
kracht moet worden vermeden en de arbeidersklasse steeds dringender j
. haar eischen tot lotsverbetering stelt en hiervoor meer en meer de
- socialiseering van de materieele productiefgoederen begeert, nu heeft
niet alleen bijv. de grootindustrieel Rathenau een vernietigende critiek
T, op de kapitalistische productieanarchie gegeven, maar hebben ook
jj burgerlijke economisten, zooals Biicher, de socialisatie aanvaard.
Zoo zie ik èn op theoretisch èn op practisch gebied bij de tegen-
T partij in hoofdzaak of slechts verwarring, of een zeer ver tegemoet
komen aan vele Marxistische opvattingen, niet zoozeer bij de
regeeringen als wel in de kringen der geleerden, die in het algemeen
W ri· vrijer tegenover het kapitalisme staan. .
,, Het zou mij niet passen deze overtuiging te uiten zonder tevens te
= erkennen,idat ook bij ‘het Marxisme tekortkomingen zijn gebleken.
i Wij hebben niet alleen onze theorieën meer dan in onze kringen
gebruikelijk is, zoo objectief mogelijk te toetsen aan de meeningen ­
‘ onzer tegenstanders, die meestal zooveel meer gelegen·heid hebben tot
" vrije en onbezorgde studie dan wij. Wij hebben ook de resultaten van i
belangrijke wetenschapsgebieden, zooals de psychologie en de
i ethnologie, die zich goeddeels buiten ons toedoen hebben ontwikkeld, i
i in onze wetenschap te verwerken. Vooral hebben wij m. i. te
¥ erkennen, dat de Marxistische waardeleer niet geheel tegen de critiek
bestand is, dat de subjectivistische grenswaardeleer, hoezeer ook _
Q, methodologisch geheel verschillend van het Marxisme, toch ter aan-
i t vulling en zelfs ten deele inplaats van Marx’ sociologische waarde-
beschouwingen kan en moet worden aanvaard. En ook dát de ontwik-
­ ` kelingvan den landbouw andere banen inslaat dan Marxheeft gemeend.
En ten slotte hebben wij in.te zien, dat, nu de socialisatie in de
periode van practische verwezenlijking is gekomen, wij meer dan tot j
‘ nu toe de détaileischen van de practijk moeten onderzoeken. Maar met ii
` wat voor moeilijkheden wij, vooral bij de zoo plotselinge urgentie van i
‘ het socialisme, met voor reorganiseering van de maatschappij in vele
‘ opzichten ongeschikte menschen en dingen, te kampen mogen hebben,
( de problemen voor hen, die aan de kapitalistische productiewijze willen
u
ä .