HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 30

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

-
j . j s
j 28 . ,
Een vast omlijnde werkmethode heeft de moderne burgerlijke ,
j sociologie niet. Nu eens worden de groote persoonlijkheden als min of j
j j meer zelfstandige beweegkrachten van de maatschappelijke ontwikke- Y
,r ling beschouwd, dan weer wordt het ras als ­de voorname determinante
j van het maatschappelijke gebeuren aangewezen. Meestal wordt de
j beteekenis van de economische factoren erkend, maar de historisch iQ
j economische maatschappijbeschouwing als eenzijdig verworpen. Soms
j zelfs wordt de mogelijkheid van het constateeren van wetmatigheden
jl op maatschappelijk gebied principieel ontkend. Dikwijls worden de
ideologieën als natuurlijke en ten deele zelfs uit de maatschappelijke ‘
jj verhoudingen te verklaren verschijnselen beschouwd; maar veelal
worden toch de ideologieën als in wezen en in oorsprong injde j
menschelijke natuur gegeven factoren met een ten deele eigen, zelf-
j standige ontwikkeling opgevat. En den meesten van deze sociologen
_j is gemeen het nadruk leggen op de individueele p sy ch i s c h e
j factoren in de maatschappij, van waaruit dan meestal de massa- .
j psychische werkingen worden geanalyseerd. _
· j 'Op sociaaleconomisch gebied zijn het vooral twee richtingen die
ji j ’ naar voren komen: de historische en de subjectivistische. De eerste ’
j zet nog meer dan Roscher en zijn geestverwanten de historische
_ inductie voorop, bepaalt zich (met uitzondering van Werner Sombart) “‘
j ' tot het zon·der meer verzamelen van historische feiten, tot de §
jj j · ,,historische Kleinmalerei und Mikrografie". De voornaamste vertegen-
woordiger van deze richting, Sohmoller, verklaarde: ,,Historische _'
Gesetze sind mir nicht bekannt." De subjectivistische richting blijft a j
de deductie vanuit den ,,homo economicus" feitelijk aanvaarden en (
jj, heeft, uitgaande van de door Smith en Ricardo onopgeloste tegen- j
stelling tusschen de gebruikswaarde en de ruilwaarde, een derde ,
waardebegrip, de zoogenaamde subjectieve waarde, gevonden, hiermee j
een min of meer nieuwe theorie omtrent de ruilwaarde gegeven en deze
bij de verklaring van de kapitaalrente, het arbeidsloon enz. toegepast. i
Deze theorie, die, naar mijtvoorkomt, wat methode betreft, nauw j
verwant is met Adam Smith, past bij de huidige economische
verhoudingen,.niet alleen om haar individualistisch uitgangspunt, _
maar ook als reactie tegenover het door het proletariaat aanvaarde `
j ij? Marxisme.
Op direct practisch sociaaleconomisch gebied wordt on-der den
stijgenden politieken invloed van de arbeidersklasse, ook van haar niet _
, sociaaldemocratische elementen, de critiek op het kapitalisme en het
li ingrijpen ten bate van de economisch zwakken voor een groot deel A
aanvaard. De staatssocialistische richting is zelfs voor e e n d e el S,
jj van de voortbrengjmgstakken tot de erkenning van de noodzakelijkheid ,
Tj A j
j lj S
jjj t e