HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 29

JPEG (Deze pagina), 1.14 MB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

27 ,
· de noodzakelijkheid van de sociaal economische analyse op algemeen
. ` sociologische basis, de komst van het socialisme in aansluiting bij de
X bedrijvenconcentratie en de vorming en bewustwording van het t
- proletariaat zoo scherp gezien en geformuleerd? En waar, zoo vraag
I e ik verder, is dit alles, met wat voorgangers al gegeven hadden, tot een
l B _ wetenschappelijk systeem vereenigd ? En waar is de schrijver die door
· zijn precieze formuleering van de maatschappelijke noodzakelijkheid
en zijn theoretische uitwerking van het voelen en denken eener
i bepaalde klasse zoo’n geweldigen invloed heeft uitgeoefend en ook
, i" daarom van zoo groote sociologische beteekenis is?
g . Hoe staan tegenover dit Marxistische gedachtencomplex nu de
‘ moderne burgerlijke sociologie en economie, d. w. z. de sociologie
g en economie, die een verdediging of althans geen principieele en i
_ consequente verwerping van de burgerlijke kapitalistische productie-
A, wijze inhouden? _
; Op sociologisch gebied hebben zich twee biologische scholen
i iv- i ontwikkeld, de organicistische en de selectionistische, waarvan de
eene een wezensgelijkhei-d tusschen de maatschappij en het organisme
i als werkmethode aanneemt, de an·dere het maatschappelijke gebeuren
r uit selectieprocessen tusschen individuen, volkeren`en rassen, per
_i analogie ·met de Darwinistische opvatting omtrent het ontstaan van de
E organismensoorten, tracht te verklaren. Beide opvattingen komen in · i
‘ zooverre overeen, dat zij de klassenindeeling der maatschappij trachten
· te rechtvaardigen als functieverdeeling, hetzij in het maatschappelijke
y organisme, hetzij in verband met de uitkomsten van een selectieproces
‘ J ‘ i in den menschelijken bestaansstrijd. Beide opvattingen houden ook
de veroordeeling in van het ingrijpen in de maatschappelijke ontwikke-
· ling, hetzij omdat de groei van het maatschappelijk organisme toch
1 niet gewijzigd kan worden, hetzij omdat het in het belang van de Vl
* maatschappij en haar ontwikkeling wordt geacht de verschillende i
selectieprocessen ongestoord hun gang te laten gaan. Geen van beide ii
scholen hebben, voor zoover ik zie, nog consequente aanhangers;
’Y `·l ï beiden hebben zienderoogen aan invloed verloren, èn omdat de maat- `
Q schappelijke en in het bijzonder de politieke ontwikkeling het ,,laisser
ii · fairef’principe en een rechtvaardiging van -de klassenindeeling »
_ volstrekt onmogelijk heeft gemaakt, èn omdat het maar al te duidelijk
i gebleken is, dat noch de organicistische werkmethode met haar ver- i
i wrongen analogieën, noch de selectionistische met haar besc·houwing ·
van het maatschappelijk gebeuren in verband met selectieve ver- ’ l
‘ anderingen in de ,,erfelijkheidsmassa" tot een bevredigende i
l verklaring leiden. Wat natuurlijk niet wegneemt, dat de laatste school,
met haar wijzen op de beteekenis van -de erfelijkheidsmassa en van de
individueele aanlegverschillen groote verdiensten heeft.
1