HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 24

JPEG (Deze pagina), 1.19 MB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

ii t t
En ook in een ander opzicht werken zij zelf mee aan den onder- _!
gang van den maatschappijvorm, waarin zij hun klassevoorrechten Q
I genieten: met de door hen bewerkte ontwikkeling van het kapitalisme .
lj vormen en revolutioneeren zij tevens een numeriek overwegende prole­ ` V
j' tarische klasse, die het socialisme op den duur noodwendig gaat
l willen en zoo dus met haar door den druk der economische verhou­ j
dingen ontstane organisatiesr de stuwende kracht voor de verwerke­ _
j j lijking van de socialisatie wordt. En`deze klasse moet nu volgens _ j
l Marx - hierin kwam hij overeen met L. Blanc en Lassalle ­­ de
jj staatsmacht veroveren, teneinde zich een orgaan te verschaffen om de j
vermaatschappelijking van den grond, de grondstoffen en de pro- - ” .
«‘ ductiemiddelen op de meest doeltreffende wijze te doen geschieden. 1
In nauw verband met deze practische kern van zijn systeem,
j I socialisatie van de materieele productiefgoederen door dien prole­ ,
j tarischen klassestrijd, met gebruikmaking van de staatsmacht en in E
, r aansluiting bij het geconcentreerde kapitalistische grootbedrijf, is Marx . S
’ jj tot zijn algemeene historisch economische maatschappijbeschouwing "
j gekomen. . ­
Het kapitalisme gaat volgens den socialist Marx in een geheel j
nieuwen maatschappijvorm over. Dit bracht hem er toe de evolutie-
, jj gedachte, reeds vroeger in de maatschappijleer en ook in de philosophie
Y naar voren gebracht, in volle consequentie toe te passen, door geen ‘
eindpunt van de maatschappelijke ontwikkeling meer aan te nemen, · i.
jj zooals zelfs Hegel nog deed. Marx zag, evenals Hegel, die ontwikke- j j .
r ling in en door tegenstellingen voltrekken. De beschouwing van de Yi
N ' _ concurrentieverhoudingen, van het conflict tusschen arbeids- ig .
productiviteit en eigendomsvorm, de beschouwing ook van den strijd ,
jj j der klassen moest hem tot die opvatting brengen. Maar hij zag die 7 j J
Q i, dialectische ontwikkeling niet als een in wezen ideëel proces, zooals ii
i f C Hegel, die met zijn philosophie in het rijk van den geest vluchtte. Y ij
ïi A Marx nam weer, evenals d-e vertegenwoordigers speciaal van de ,
A opkomende Fransche en van de latere Duitsche bourgeoisie, een _ ·_
` materieele buitenwereld aan. Hij, die te midden van een maat- " E s
4 schappelijk gebeuren stond, waarin zijn stoutste idealen konden worden _ 3
verwerkelijkt, kwam over den materialist Feuerbach heen tot een , A
jéf j m a t e r i a 1 i s t i s c h e dialectiek. En hierbij nam hij het ·
emrpirisme en determinisme van de St. Simon en Comte over. Hij
werkte ·de gedachte speciaal van de St. Simon, dat de arbeid en de ‘
vorm van het arbeidsproces van zoo groote beteekenis zijn voor het 5
Y maatschappelijke gebeuren ­- een gedachte, die Marx als representant
i g" . j van de arbeidende klasse moest overnemen - consequent uit. De
milieutheorie, bij Taine en Buckle g e o g r a f i s c h toegepast j
li S
E ; ‘·. .
il M '