HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 23

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

I ·. ' ‘ ·
ii verwezenlijking van het socialisme door productieve associaties en
K particulier initiatief overeenkomstig de opvatting van Owen en Fourier,
beschouwde Marx, tenzij op kleine schaal, als volstrekt onmogelijk.
i Daarvoor werd, om den strijd tegen het thans ontwikkelde kapitalistische .
grootbedrijf op te nemen, veel meer intellectueele ontwikkeling en be-
schikking over materieele productiefgoederen vereischt dan de arbeiders
? in het kapitalisme zelf zouden kunnen bereiken. Op hulp van philan-
ii tropen, zooals Fourier en Owen voor hun gemeenschappen hadden
verwacht, of op staatsinmenging voor centralistisch op te bouwen
J productieve associaties, zooals Louis Blanc en ook Lassalle voorstonden,
hoopte Marx niet. De philantropie achtte hij op grond van de ervaring
· niet in staat om op groote schaal het klassebelang te overwinnen. En de
` j staat was hem meer nog dan Louis Blanc en Lassalle een machtsinstru­
i ment in handen van de kapitalistische klasse gebleken, die geen
j wezenlij ken stap zou willen doen in de richting van het socialisme,
_ van de opheffing van alle klassevoordeelen alvorens de proletarische
’ " klasse de o v e r macht in de maatschappij zou hebben verkregen. De
noodzakelijkheid van den proletarischen klassestrijd voor het socia-
Fi lisme, om af te dwingen, wat niet vrijwillig gegeven zal worden,
besefte Marx veel sterker, zelfs dan Lassalle, die toch altijd de komst · i.
· " i van het socialisme nog zag als zelfstandige verwerkelijking van de
l Hegeliaansche ,,idee", al was het dan ook in den vorm van de machts-
` uitoefening. De idee, zoo meende Marx, heeft zich altijd geblameerd
als ze in tegenstelling kwam tot een essentieel klassebelang. Wanneer
Ii nu de proletarische klasse de maatschappij eenmaal zou beheerschen,
. dan zou haar, zoo dacht Marx, wat anders te doen staan, dan met behulp _
_, van den staat productieve associaties op te richten. Hier kom ik op de
. m. i. nieuwe opvatting van Marx, die, voor zoover ik zie,
* alleen reeds even doorgebroken was in de geschriften van den [
Hi overigens als voorlooper van Marx m. i. slechts weinig beteeke-
j nenden Rodbertus, met zijn socialisme ad Calendas Graecas. De i
_ opvatting namelijk om de socialiseering van de maatschappij bij L
.j · het ontwikkelde, geconcentreerde kapitalistische grootbedrijf, zoo-
als het door den concurrentiestrijd geworden of wordende was, te
doen aansluiten en dit in bezit en beheer van gemeenschapsorganen ' ·
· te brengen. Deze formidabele gedachte dus: de ondernemers breiden
hun bedrijven uit en de zwaksten worden in den concurrentiestrijd
_ vernietigd; en in die wilde jacht naar winst brengen zij zelf het socia-
L liseerbare bedrijf tot stand, bewijzen zij aan het particuliere, in zekeren
’j zin reeds vermaatschappelijkte kapitalistische grootbedrijf de tech-
nische en organisatorische mogelijkheid van het socialisme, bereiden
E zij dus de socialiseering voor ; ,,was heraus kommt hat keiner gewollt !"