HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 22

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

l i ` . · V ­ i i i
Te · *
i gg ·· j ` ·
l ‘ gr ‘
was er pas in eerste opkomst. Adam Müller van de romantisch ii
li reactionaire richting had er in het begin van de 19e eeuw met zijn
[ ,,Elemente der Staatskunst" het historische, het organicistische en {
i het nationale principe reeds naar voren gebracht. List, de propagan­ l
_ dist voor de ontwikkeling van Duitschland in kapitalistische richting,
i j wendde zich nu van het cosmopolitisme en het vrijhandelsprincipe
der oudliberalen af, dat niet past voor een opkomend kapitalistisch
. t land, dat in concurrentie komt met landen van hoogere economische ï
ontwikkeling. Vandaar zijn nationale politiek. Vandaar ook zijn
.l l nadruk leggen op de maatschappelijke o n t w i k k e li n g , zijn «
. verdeeling van die ontwikkeling in verschillende phasen, om aan te
j toonen, dat de vrijhandel geen absoluut, algemeen geldig politiek ,
‘ principe is, maar als voor een economisch hooger ontwikkeld land ` j
` dienstig, voor een economisch lager ontwikkeld land verwerpelijk L
' l moet worden beschouwd. »
· ‘ Die afkeer van het klassieke liberalisme werd bij Roscher, Knies 1
i en Hildebrand nog versterkt door het feit, dat ook in het algemeen de i n
l klassiekliberale analyse, althans zooals ze door Ricardo was vol-
eindigd, niet bij het Duitschland van die dagen paste. De oudliberale V
j l deducties voerden niet alleen bij Ricardo, maar ook bij de critici van ?
M het kapitalisme tot beschouwingen, bijv. omtrent de verhouding van r '
i; j kapitaal en arbeid, die de latere kapitalistische economen moesten M _
afschrikken. Ook dat dreef de richting van Roscher c.s., die zich
natuurlijk makkelijker dan de Engelsche en Fransche burgerlijke Q
. economisten van hun dagen van het klassieke liberalisme konden los- i
bij maken, er toe, aan het empirische historische onderzoek de voorkeur
VI j te geven en de klassiek liberale economie als doctrinair te verwerpen.
Midden in de economische en wetenschappelijke ontwikkeling, die '
ik, kortheidshalve zooveel mogelijk buiten nationale en individueele rl
eigenaardigheden om, trachtte te schetsen, kwam nu de Marxistische W
i E " maatschappijleer tot stand. Van de voorhanden, in vroegere econo-
‘ ·i mische verhoudingen ontstane theoretische opvattingen werd een deel i
i aanvaard, een ander deel verworpen; enkele nieuwe gedachten werden if `
er aan toegevoegd; en van dit geheel werd een nieuw wetenschappe­
lijk systeem opgetrokken.
De grenzen, die het kapitalisme aan de proletarische lotsverbetering ,,
stelt, waren èn bij de theoretische critiek op het kapitalisme en door _
_.’_ _ de practijk van den klassenstrijd reeds duidelijk geworden. Zoo werd ·
Marx. toen hij, met zijn robuste en zijn door en door sociale en
A _ zoo realistische voelen en denken, het voor de proletarische klasse
gi op nam, er toe gebracht een prmcipieele en consequente verandering j
van de maatschappij in socialistische richting voor te staan. Maar op
. { K
i, ·;f‘ï«.;ï,? x