HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 21

JPEG (Deze pagina), 1.16 MB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

i L L IQ
i maatschappelijke leven al spoedig, dat op deze laatste wijze belangrijke W
‘ resultaten niet konden worden bereikt. Wel werden uit vrees voor
_ j g _ afname van het arbeidsvermogen en van de militaire geschiktheid en
_ § r ten deele ook om ideologische motieven hier en daar reeds, tegen het -
L i _ onthoudingprincipe der klassieke liberalen in, wettelijke maatregelen
ä ten bate van de economisch zwakken als noodzakelijk erkend en door-
ï gevoerd. Maar hierbij ging het slechts om tempering van de allerergste ,
§ gevolgen van het kapitalisme, niet tegen de kapitalistische productie- ’
°’_ wijze als zoodanig. De proletarische klasse kwam nu meer en meer
_ g e 0 r g a n i s e e r d naar voren. Haar groote meerderheid stelde
_ · weliswaar voorloopig nog geen s o c i a l i s t i s c h e eischen, maar
` ging, soms ondersteund door antikapitalistische conservatieven, in
‘ haar streven naar lotsverbetering veel verder dan wat de bourgeoisie
meende te moeten toestaan. Hiertegenover werd nu al de noodzake-
_ ä lijkheid van den proletarischen klassestrijd geconstateerd. En vooral
· n Louis Blanc en Lassalle, die voor- de vorming en leiding van produc-
j tieve associaties de staatsmacht wilden gebruiken, bevalen reeds de
i g, p o 1 i t i e k e actie en het algemeene kiesrecht aan om de staats-
macht te brengen tot de socialistische taak, die zij haar toedachten. ‘
De klassieke liberale economie zag zich nu steeds meer in een
E verdedigende positie gedrongen. Reeds had de tegenover het groot-
l kapitaal staande kleinburgerlijke Sismondi in zijn ,,Nouveaux prin-
cipes d’économie politique" niet·alleen de crisissen uit algemeene
` overproductie verklaard maar ook een begin gemaakt met de ,,ethische
staathuishoudkunde" en de vraag gesteld of dan de mensch niets, de L
rijkdom alles is. Daarbij kwam nu de zooeven genoemde critiek, ook
i ­ die van Owen, wat betreft de lotsverbetering van het proletariaat
. binnen het kapitalisme. De klare en consequente, tegenover het toen '
nog geen vrees inboezemende proletariaat nog zoo onbevangen j
E` gedachtengang van Smith en Ricardo werd nu meer en meer verlaten.
En de naRicardiaansche economie kwam met haar ·hopelooze ver- K r
weerpogingen, zooals de tegen de looneischen der vakvereenigingen
E ­ç gerichte loonfondstheorie van Senior, diens andere tegen de verkor-
L ting van den arbeidsduur gerichte theorie, volgens welke de kapitaal-
winst in het laatste arbeidsuur van den proletariër wordt gemaakt,
. de eenzijdige onthoudingstheorie van denzelfden theoreticus ter
` verdediging van de kapitaalrente, de verheerlijking van de ,,harmonies
économiques" door Bastiat. En ook het pogen van ]ohn Stuart Mill i
orn, zooals Marx het uitdrukte, het onverzoenbare te verzoenen. ‘ i
j Ongeveer tegelijkertijd trad met List, Roscher, Knies en Hilde- l
brand in Duitschland de historische school in de sociale economie op.
Q Het land was toen nog economisch achterlijk. Het grootkapitalisme
. è _ . r‘