HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 17

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

Ji " 2. 5 ‘ . · - . t r j r ­ ------------­­”¤-m.wafr
j` als een gegroeid deel van den volksgeest. Zoo bereidde deze richting
S niet alleen het evolutionisme maar ook de organicistische maatschappij-
I beschouwing en het m a a t s c h a p p e l ij k e determinisme voor.
_ Met deze romantisch reactionaire richting is ook Hegel verwant,
j - met wien de klassieke Duitsche philosophie afsloot, die het spiegel-
beeld was van de eerste opkomst der Duitsche burgerij, in een tijd
j ` . toen zij nog bij lange na niet de verwerkelijking van haar idealen
_ W i voor haar land kon zien. Marx schreef over zijn vaderland, in zijn
L i i artikel over Heg-els rechtsphilosophie: ,,zooals de oude volkeren hun
voorgeschiedenis in de verbeelding beleefden, in de mythologie, zoo
hebben wij, Duitschers, onze nageschiedenis in gedachten beleefd, in
; de philosophie. Wij zijn philosophische tijdgenooten van het heden,
j zonder zijn historische tijdgenooten te zijn. De Duitsche philosophie
' ' is de i d e a l e verlenging van de Duitsche geschiedenis . . . Slechts
in Duitschland was de speculatieve rechtsphilosophie mogelijk, dit
abstracte overdreven denken over den modernen staat, wiens werkelijk-
S heid ,,jenseits" blijft, zij het dan ook aan gene zijde van den Ryn . . .
S De Duitschers hebben in de politiek slechts gedacht, wat de andere
. i volkeren gedaan hebben." En Windelband schreef in ,,Die Philo-
sophie im deutschen Geistesleben des 19ten ]ahrhunderts": ,,De
t · geesten van dien tijd leefden in een andere wereld, die reiner, mensche-
` lijker wilde zijn dan de werkelijkheid. Te midden van de ineenstorting
. der politieke machten, waaraan zij geen innerlijk aandeel had, schiep
S zich de élite der ontwikkelden in Duitschland, onbevredigd door de
­ rauwe werkelijkheid, een nieuwe wereld in den aether van het ideaal."
­ ls het wonder, dat, zooals Windelband opmerkte, ,,de Duitsche geest
j het i-deaal, dat hem voor zweefde en dat hij zich niet in staat voelde te
l verwerkelijken, naar een ver verleden projecteerde, om zoo als werkelijk
pj ‘te kunnen aanschouwen wat hij in zijn eigen leven miste", dat men
dus toen reeds tot historische beschouwingen kwam ? En ligt het niet
tevens voor de hand, dat deze klasse, wier liefste wenschen nog geen ·
reëelen ondergrond hadden, ook kwam tot idealisme in philosophischen
­ zin? En dat even later Hegel, de tegenstelling der maatschappelijke ­
machten ziende, bij de Pruisische restauratie, waaraan .... geen revolutie
vooraf gegaan was, tot een idealistische d i a l e c t i e k kwam,
waarin, zooals Win·del·band schreef, zich de voorwaarts dringende
gedachten van het liberalisme met de vertragende factoren van het .
absolutisme ik een soort van evenwicht bevonden en de verschillende ~ ­
machten met hun relatieve recht een plaats kregen?
’ Wat de romantisch reactionaire school aan nieuwe gedachten heeft A
Q voorbereid vindt men meer consequent en ook empiristisch uitgewerkt W
bij de St. Simon. Deze maakte ook de ontgoocheling door het