HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.16 MB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

i i II
alles zich, nog meer dan bij de handelsbourgeoisieën der renaissance, ­
. als zelfstan-dig atoom in den strijd van allen tegen allen. Op economisch
· A en geestelijk terrein werd, voorloopig nog getemperd door het schouder
_ E aan schouder staan in den strijd tegen de ondergaande maat-
schappelijke machten, het individualistische vrijheidsprincipe verder
ontwikkeld. En door den internationalen vrijhandel ontstond een
evenwicht tusschen nationaal en internationaal voelen en denken,
[ tusschen staatsburgerschap en werel­dburgerschap, tusschen natio-
` ‘ nalisme en cosmopolitisme. ’
_ - Het maatschappelijke gebeuren zag men, overeenkomstig het zaken-
A ` leven van de burgerlijke klasse, zonder meer als de resultante van de
lg afzonderlijk werkende, in hoofdzaak slechts door materieel eigen-
belang- gedreven individuen. Daarom werd de deductieve analyse
` · van uit den homo economicus vooropgesteld.
In den strijd met de kerk en door de zich met het kapitalisme
ontwikkelende natuurwetenschappen brak bij de vertegenwoordigers
` i` i _ van de opkomende groote bourgeoisie (ik zonder dus Rousseau uit)
· een intellectualistische, rationalistische, ondogmatische, empiristische
en deterministische, tegen alle metaphysica en mystiek gekante geestes­
_. . i richting -door. Voor de religie werd reeds getracht een natuurlijke j
_ verkaring te vinden en haar zoo het bestaansrecht te ontzeggen.
· Vooral om stelling te kunnen nemen in den strijd om de volkssouve-
A reiniteit, om de staatsmacht en het parlementaire stelsel, werd nu, ten
- deele voorbereid door vroegkapitalistische theoretici, in tegenstelling
r tot de middeleeuwen, toen slechts enkele moraal- en rechtstheoretische
j _ _ d e t a i l problemen werden onderzocht, h e t w e z e n van recht en
moraal doorvorscht. Men kwam hierbij of tot een opvatting van _
j moraal en recht als in d e menschelijke natuur wortelende geestelijke A
verschijnselen, waarvan hoogstens de maatschappij zich tijdelijk kon `<
` verwijderen, of tot een eveneens nog onhistorische verklaring van deze
ideologieën uit de individueele utiliteit. Deze opvattingen omtrent de ‘
voor dezen maatschappijvorm zoo typeerende individueele rechten van .
juridische gelijkheid, van leven, vrijheid en eigendom hingen ten
. nauwste samen met de onevolutionistische beschouwingen van die_
. ` dagen op maatschappelijk gebied. Wel werd, zooals voor de hand lag
in een overgangstijdperk van middeneeuwsche productie naar kapita­ J
lisme, de verandering van de maatschappij al gezien, en het verleden
,_ en de wetmatigheid van de maatschappelijke verandering al bestu-
deerd. Maar deze verandering werd beschouwd als een herstel, op · 3
, een hooger kapitalistisch plan, van den natuuriijken toestand der DQ
. maatschappij met haar fundamenteele rechten. Tegenover dezen
‘ natuurlijken ideaaltoestand werd het verleden als een op onwetendheid P `
·· tl .`.‘ . j ­