HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.20 MB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

­‘ ` . ‘
j IO i i V `
j . cratisme is het systeem, dat bij het in de feodale maatschappij door-
ï ` dringende kapitalisme behoort. Alle belastingen werden op het grond-
j eigendom gelegd, m.a.w. het grondeigendom werd Partieel geconfis- . ‘
j p queerd, tot welk resultaat ook de ontwikkelde kapitalistische econ­omie A `
l van Ricardo kwam.
( . In Frankrijk werden ook, omdat de strijd van de opkomende klasse
· er het scherpst was, heel zuiver de sociaalphilosophische en ook de
i sociaal economische grondgedaohten geformuleerd, die behooren bij {
ji de beginnende grootkapitalistische productie, bij den daaruit voort- ` ‘
al vloeienden strijd van de burgerij tegen de in vroegere economische _ .
V verhoudingen gegroeide macht van adel, kerk en monarchie, en bij j ‘
I de zich in dienst van de kapitalistische productiewijze ontwikkelende
, ` exacte wetenschappen. `
° ` De kapitalistische productie was nu zoo omvangrijk en ingewikkeld ­
'·‘ geworden, de techniek schreed thans, bij de verscherpte concurrentie,_
­ zoo snel voort, dat de staatsinmenging van het mercantilisme over-
, bodig en zelfs schadelijk of onmogelijk was geworden. ` E ` t _
ii · De ondernemer van de tot ontwikkeling gekomen handels- en ·
· ` i industrieondernemingen. kon thans op eigen beenen staan. Het
eigenbelang van bedrijfsleider en van consument werd nu, mits bij _ ­ . i
Q ` vrije zelfbeschikking, voldoende geacht om in de concurrentie de _
productie in de goede banen te leiden, om een sterke koopkrachtige ·
pj " ·_ marktvraag te vormen en deze goed en goedkoop te voldoen,
j- om aldus de grootst mogelijke welvaart te brengen. Het vrije eigen- i
‘ belang, zoo meende men, zou bij de toen haast onbeperkte e
afzetmogelijkheid buitenslands en den toenemenden ruil tusschen de i __
` overwegend agrarische en de in hoofdzaak industrieele landen ook
een internationale arbeidsdifferentiatie en zoo een hoogere arbeids- [
= r productiviteit en welvaart met zich brengen; terwijl bij het
‘ t ontwikkelde internationale.ruilverkeer de noodige toe- en afstrooming `
i van geld door de vrije werking van vraag en aanbod verzekerd werd
` _ geacht. Monopolies van gilden en handelscompagnieën werden thans
W . als belemmeringen voor de noodzakelijk geworden verscherpte concur-
- ‘ rentie gevoeld. Organisatie werd tot het strikt noodige in het bedrijf .
‘ j zelf en bij slechts enkele takken van staatsdienst beperkt. De onder- - `
e nemer eischte niet alleen vrijheid van beroepskeuze, maar ook vrijheid
° wat betreft keuze van product, productietechniek, prijsbepaling van
ii het finaalgoed, bepaling van arbeidsvoorwaarden, en kapitaalbeleg-
ging, kortom vrijheid van bedrijf, vrijheid van het particuliere
* initiatief, vrije concurrentie, vrijen handel, staatsonthouding. Men ,
Y maakte zich ook vrij van de kerk, van den adel en van de monarchie, j
iii met hun voorrechten en vooroordeelen. Het individu voelde door dit _
W ·
'·.Z;,',,j V , { , I · l l