HomeVan burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleerPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 7.60 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

l t ` _. t t
H
pj , 8 .
j lijke vraagstukken - ik noem hier het probleem van de dalende 1 r
jj geldswaarde na de ontdekking van de Amerikaansche mijnen en later j
het probleem van de gunstige handelsbalans - ontbrak en lang-
j l zamerhand een afzonderlijke groep van sociaal economische vakgeleer-
j den moest optreden om naar de oplossing te zoeken. Een afgerond t
j theoretisch systeem gaven zij.nog niet dadelijk. Het mercantilisme was
j nog overwegend sociale politiek, zonder nog toegepaste theoretische
j sociale economie te zijn. Een nationale protectionistische politiek L
j werd gevoerd, van regeeringswege werd de industrie gereglemen- {
g teerd, de consumptie beïnvloed en werden geschoolde arbeidskrachten W .
uit andere landen gelokt, alles om de toen nog hulpbehoevende
i opkomende kapitalistische industrie tot ontwikkeling te brengen. Om jj?
dezelfde reden trachtte men de grootere economische eenheid, de
N volksgewijze productie, door aanleg van wegen en kanalen, afschaffen _
V ' van binnenlandsche tolrechten, streven naar eenheid in muntwezen,
belastingheffing enz. te bevorderen·. Vooral de in die dagen voor de
industrie zoo belangrijke buitenlandsche afzet werd bevorderd. In den
buitenlandschen handel, die groote voordeelen gaf, zag men de eenige
bron van winstproductie. Naar een gunstige handelsbalans werd ge- ‘
streefd, wat, voorzoover het niet identiek was met de directe bevorde-
ring van eigen industrie, tot bedoeling had om met een edelmetaal- i
saldo het geldverkeer en zoo handel en industrie verder te ontwikkelen I
j en de belastingheffing, in het bijzonder met het oog op de in die maat- _
` s schappelijke verhoudingen telkens noodig geachte oorlogen, te verge- ,
jj makkelijken en de belastingopbrengst te vermeerderen. De industrie ­
werd herhaaldelijk ten koste van den landbouw begunstigd, o. a. door p
uitvoerverbod van graan, ter verkrijging van lage graanprijzen en
zoodoende van lage arbeidsloonen. Men bevorderde door allerlei ‘
Q regeeringsmaatregelen bevolkingstoename, omdat er een tekort aan · , i
arbeidskrachten voor de industrie was, in gevolge het gebonden zijn
van een groot deel van de bevolking aan het platte land en in verband `
fi met het feit, ·dat de industrie zich sterk uitbreidde en er nog geen uit- ‘
stooting van arbeidskracht op groote schaal door een snelle techniek-
ontwikkeling plaats vond. Koloniaal bezit werd nagestreefd, dat toen
g w nog niet diende voor den afzet van kapitaal en finaalgoederen, _maar i
jj alleen om er, door veelal van regeeringswege gesteunde monopolis-
jg? tische handelscompagnieën, winstgevende handelsartikelen te kunnen
verkrijgen. En dit alles werd bekroond door het streven naar Q
consolidatie en centralisatie van den staat om door een sterke staats-
A inmenging de mercantilistische politiek te kunnen doorvoeren.
Het kapitalisme ontwikkelde zich verder. Nu was de theoretische
sociaal economische analyse steeds meer noodig, vooral bij het vraag-
-
fi
ll,4 4
JW