HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 9

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

7
bedrijf. Bij beide bedrijfsvormen behoort men te streven naar eene
Zoo gunstig mogelijke verhouding tusschen de netto-opbrengst en
het kapitaal, dat in het bedrijf steekt, of, m.a.w. de opbrengst van het
kapitaal, dat in het bedrijf steekt, behoort zoo groot mogelijk te zijn.
Als U mij wilt vergunnen voor dit speciale geval eenvoudigheids-
halve den grond tot het kapitaal te rekenen, dan bestaat het kapitaal,
dat de opbrengst moet geven, bij een landbouwbedrijf uit: den grond,
de levende en doode inventaris, en het zaad. Ook bij het boschbedrijf
treft men deze kapitaaldeelen aan, doch daarnaast is voor de productie
nog noodig - wil er van productie sprake kunnen zijn - de aanwe-
zigheid van het bosch zelf, waaruit ononderbroken jaarlijks het
product, het rijpe hout, gekapt kan worden. Men moet steeds kunnen
beschikken over een serie opstanden van 1 tot x jaar, wil men jaar-
lijks x­jarig hout kunnen oogsten. Welnu, deze, voor een geregeld
boschbedrijf onvermijdelijke serie opstanden, tezamen vormende den
,,houtvoorraad" vertegenwoordigt een kapitaalwaarde, die gemiddeld
ongeveer viermaal grooter is dan de grondwaarde.
Stellen wij dus gemakshalve de inventariswaarde en de waarde van
plantmateriaal in een akkerbouw- en boschbedrijf aan elkaar gelijk,
dan steekt dus, bij overigens gelijke grondwaarde, in een boschbedrijf
per vlakte-eenheid gemiddeld een vijfmaal grooter kapitaal dan in
het akkerbouwbedrijf.
De opbrengst van het akkerbouwbedrijf is dientengevolge, bij
overigens gelijke grondgesteldheid, het resultaat van een vijfmaal
kleiner kapitaal dan bij het boschbedrijf en het zal daarom bij het
laatstgenoemde bedrijf in de meeste gevallen nog heel wat moeilijker
zijn om een goede verhouding tusschen kapitaal en rente te doen
ontstaan dan bij het landbouwbedrijf.
Maar omgekeerd zal die verhouding bij het boschbedrijf minder
star zijn, aangezien een naar verhouding zoo groot kapitaal ten
opzichte van de opbrengst eerder voor wijziging vatbaar is.
• Alvorens pogingen te kunnen aanwenden tot doelmatige opbrengst-
verhooging, heeft de boschbouwkundige moeten streven naar het
scheppen van een meer gunstige verhouding tusschen kapitaal en
opbrengst. Hij heeft, wanneer ik dit in meer wetenschappelijke ter-
men herhaal, het bedrijf eerst rationeel moeten maken voor hij tot
intensiveering kon overgaan.
En daarbij heeft zich, zooals ik nog nader hoop aan te toonen, het
min of meer toevallige maar zeer gelukkige verschijnsel voorgedaan,
dat deze rationaliseering zonder meer veelal zulk een belangrijke
opbrengstverhooging tengevolge heeft, dat alleen hierdoor de bosch-
bouw reeds, evenals de landbouw, op grooten vooruitgang kan bogen.
Er bestaan uiteraard twee wegen om de verhouding tusschen
kapitaal en opbrengst gunstiger te maken; men kan het kapitaal ver-