HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 8

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

l
6
het bestaande, maar nog niet volgroeide bosch, b.v. het verwerken
van een veenhumuslaag of het plaatselijk breken van een bank, een
gunstigen invloed kan uitoefenen op den groei van de boomen. Ik
moet mij hier wel zeer voorzichtig uitdrukken, daar men, voor zoover
mij bekend, over betrouwbare cijfers nopens deze materie tot op
heden nog niet beschikt.
Hoe dit echter ook zij 2 van éclatante resultaten van grondbewerking,
zooals die uit het landbouwbedrijf te over bekend zijn, kan bij den
boschbouw geen sprake zijn.
Niettegenstaande het ontbreken in den boschbouw van de voor
het landbouwbedrijf beschikbare hulpmiddelen, is ook in het
boschbedrijf, dank zij wetenschappelijk onderzoek en doelbewuste
toepassing van de daarmede verkregen resultaten, de productie
zeer belangrijk toegenomen sedert het begin van de vorige eeuw.
Bedroeg de houtopbrengst van de staatsbosschen in Pruisen in
het jaar 1830 nog slechts 2 M3 per jaar en per H.A., zoo was deze
opbrengst tot vóór het uitbreken van den wereldoorlog gestegen tot
ongeveer 5 M3, dus met 150 %. In Beieren steeg de opbrengst sedert
1830 van 3,68 M3 tot 6,13 M3, dus met 67 %, in Sachsen van 4,48 M3
tot bijna 6,5 M3, dus met 45 %, in Wurttemberg van 5,20 M3 in
1860 tot 7,24 M3, d.i. met 39 % in 50 jaren, in Baden gedurende het-
zelfde tijdvak van 4,40 M3 tot 7,10 M3, d.i. met 61 %.
Gedurende deze periode stegen de netto-geldopbrengsten per jaar
en per H.A. in Pruisen van 3,9 Mark tot ongeveer 25 Mark, of met
541 %, in Beieren van 14,6 M. in 1860 tot 35 M. in de jaren vóór
den oorlog, dus met 139 % in 50 jaar, in Sachsen van 10,4 M. in
1830 tot 55 M., dus met 429 %, in VC/urttemberg van 7,7 M. tot
70 M., d.i. met 809 OA, en in Baden van 29 M. in 1860 tot 58 M., dus
met 100 % in 50 jaar.
Men heeft hierbij te bedenken, dat deze geweldige toename van de
netto­opbrengst voor een gedeelte te danken is aan een stijging van
den houtprijs, die slechts ten deele een gevolg is van boschbouw- ,
kundige maatregelen, maar overigens een weerspiegeling is van
de ontwikkeling van de industrie in de laatste helft van de vorige eeuw
en de daarmede verband houdende uitbreiding van het verkeersnet.
De cijfers nopens de toename van de houtproductie spreken daar-
door een ondubbelzinniger taal dan die nopens de stijging der netto-
geldopbrengsten, ook al zijn de laatste, maatschappelijk gezien, be-
langrijker.
Deze opbrengstvermeerderingen moeten, zooals ik reeds zeide, een
gevolg zijn van geheel andere oorzaken dan zich bij het land- of
tuinbouwbedrijf voordoen.
In de eerste plaats moet ik dan wijzen op een fundamenteel ver-
schil tusschen de opbrengst van een landbouw- en die van een bosch-