HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 7

JPEG (Deze pagina), 924.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.79 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

5
den houttelers tot op heden, behoudens enkele 1) zeer de aandacht
trekkende, gevallen, niet mogen gelukken de boomen noemens-
waardig sneller te doen groeien dan voorheen, althans zeker niet,
om de productie te doen stijgen als bij welk landbouwgewas ook.
Kwalijk te nemen is hun zulks niet. Men bedenke, dat het mach-
tigste hulpmiddel om in deze richting wat te bereiken, t.vv.
veredeling van het gewas, voornamelijk door kruising, den houtteler
niet ten dienste staat. De zeer langdurige groeitijd (40 tot 100 jaren
en meer) maakt, nog afgezien van technische moeilijkheden, krui-
singsproeven onmogelijk, Men bedenke, dat de F1 generatie pas na
50 jaar beoordeeld kan worden, de F2 generatie eerst na een eeuw.
De houtteler heeft te werken met de rassen zooals ze zijn of zonder
medewerking van den mensch nieuw ontstaan, en kan deze niet
wijzigen wat individueel productievermogen betreft. Slechts één
mogelijkheid blijft hem op dit gebied, echter nog in beperkte mate:
de selectie.
Hij kan binnen dezelfde botanische soort zoeken naar exemplaren,
die door productieve eigenschappen uitmunten en de nakomelingen
hiervan voor de boschverjonging gebruiken, in de hoop, dat deze
eigenschappen erfelijk zullen blijken te zijn.
Hij kan nog verder gaan en in gebieden van ongeveer gelijk klimaat
en ongeveer gelijke grondgesteldheid zoeken naar meer productieve
exemplaren van een hier inheemsche species of naar andere boom-
soorten, die een grootere massaproductie beloven dan de thans in
zijn gebied voorkomende soorten of rassen.
Als voorbeeld van het eerstgenoemde geval moge ik wijzen op de
voorliefde van den Deenschen boschbouwer voor Hollandsche
eikels, de beteekenis van het tweede geval, de aanplant van zgn.
exoten, blijkt ten duidelijkste uit het proefschrift van Dr. DE HooGH 2)
over den douglasden in ons land, waarmede zooveel. hoogere hout-
opbrengsten te verkrijgen zijn dan met onzen inheemschen grove-den.
j De tweede belangrijke groep hulpmiddelen tot opbrengst-ven
hooging, die den landbouwer ten dienste staat, de bemesting en
de grondbewerking, faalt bij de houtteelt eveneens.
Ik overdrijf weinig of niet als ik zeg, dat bemesting in het bosch-
. bedrijf, hetzij dan bij nieuwe aanplantingen, nimmer resultaat op-
levert, althans nimmer de kosten goed maakt.
Van de grondbewerking is iets dergelijks niet met dezelfde zeker-
heid te zeggen. Afgezien van de omstandigheid, dat bij boschaanleg
voorafgaande grondbewerking veelal onvermijdelijk is, schijnt het,
dat in sommige gevallen een doelmatige bewerking van den grond in
1) VON KALITSCH, wellicht B1oLLEY.
2) Dissertatie Landbouwhoogeschool, April 1925.