HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

l
l s
4
toonen, en het is meer in het bijzonder in ons vaderland, dat zij
gedurende langen tijd onvoldoende tot haar recht kwam. Eerst in
het laatst van de vorige eeuw is een begin gemaakt met de beoefe-
ning er van in ons eigen land. Het is mij heden niet gegeven, U een
overzicht van de ontwikkeling van deze wetenschap te geven en moet
ik mij bepalen tot het bespreken van enkele belangrijke vraagstukken,
waarvan de oplossing aan de boschbouwwetenschap is voorbehouden.
Zooals U bekend zal zijn, streeft het boschbeheer verschillende
doeleinden na, afhankelijk van de beteekenis, die het bosch in elk
afzonderlijk geval heeft. Zoo kan het bosch dienen voor hout-
productie en het leveren van geldelijke voordeelen aan den bezitter,
maar in andere gevallen kan deze houtproductie geheel of ten deele op
den achtergrond treden en beoogt men met het boschbeheer ten slotte
niet anders dan een instandhouding van het bosch, teneinde bij
voortduring te kunnen profiteeren van zijne beschermende werking
tegen aardschuivingen e.d. en van zijn waterverzamelend ver-
mogen. Weer in andere gevallen beoogt het boschbeheer instand-
houding met het oog op de landsverdediging, het natuurschoon of
het lichamelijk en psychisch welzijn van het volk.
In verband hiermede verdeelt men de bosschen veelal in twee
groote groepen, de ,,productiebosschen" en de ,,schermbosschen".
Ik vraag thans Uw aandacht voor enkele problemen, die zich
voordoen, zoodra wij trachten de opbrengsten der productiebosschen
te verhoogen. De boschbouwwetenschap moet ons dan den weg wijzen
en meer in het bijzonder zou ik willen nagaan in hoeverre daarbij ge-
steund wordt op de oeconomie en op de natuurwetenschappen.
Hoewel de boschbouw, inzake opbrengstvermeerdering, evenals de
land- en tuinbouw groote stappen voorwaarts gedaan heeft, is de voor-
uitgang in productie langs geheel verschillende wegen gegaan. Terwijl
bij den land- en tuinbouw de grootere opbrengsten per vlakte-eenheid
zoo al niet geheel, dan toch voor verreweg het grootste gedeelte te
danken zijn aan langs biologischen weg verkregen veranderingen in e
het gewas (selectie, kruising, e.d.) of wel door betere voorziening in
plantenvoedingsstoffen (bemesting, doelmatige grondbewerking), in
ieder geval door maatregelen, die hun uitwerking toonden in grootere,
of meer waardevolle productie van het individu, heeft men langs j
dezen weg bij den boschbouw tot op heden nog maar zeer weinig
j kunnen bereiken.
Waar de beoefenaren van de land- en tuinbouwplantenteelt met
trots kunnen wijzen op groote opbrengstvermeerderingen, dank zij
hunne kennis en toewijding - ik denk o.m. aan de Wilhelminatarwe
van onzen oud-hoogleeraar Dr. BROEKEMA, aan het Suikerriet van
collega Dr. JESWIET en zijn voorgangers, aan de vele soorten tuin-
bouwgewassen van collega SPRENGER en zoovele anderen - is het
l
l
l