HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 22

JPEG (Deze pagina), 975.55 KB

TIFF (Deze pagina), 7.71 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

20
bouwwetenschap behoort men derhalve te kunnen beschikken over
minstens drie deskundigen, die samen den weg kunnen wijzen naar het
te bereiken doel, een zoo economisch mogelijk beheer van de ons, door
de natuur, te onzen bate geschonken rijkdom in den vorm van
bosschen.
Deze driemanschap behoort te bestaan uit:
a. de biologisch georienteerde houtteeltkundige, die ons leert, het
organisme ,,bosch" dusdanig te behandelen, dat het als zoodanig blijft
voortbestaan in den voor ons meest gewenschten vorm;
b. de wiskundige boschbouwkundige, die ons de voor houtteelt-
kundige en bedrijfsdoeleinden noodige exacte gegevens verschaft, en
c. de economische boschbouwkundige, die nagaat op welke wijze
het boschbezit voor den bezitter, maar vooral ook voor de gemeen-
schap het grootste voordeel biedt.
Het spreekt vanzelf ~ uit het gesprokene zal u dit trouwens duide-
lijk geworden zijn - dat onbetwistbare grenslijnen tusschen deze
drie onderdeelen niet te trekken zijn. Zij grijpen uit den aard der
zaak hier en daar over elkaar heen.
De Landbouwhoogeschool, en wij boschbouwkundige docenten met
haar, verkeeren in de gelukkige omstandigheid, dat de zooeven aan-
geduide principieele verdeeling van de leerstof in haar programma in
hoofdzaak is doorgevoerd. Op dezen juisten grondslag is eene ont-
wikkeling van de boschbouwwetenschap aan onze hoogeschool
mogelijk.
Om tweeërlei redenen zijn wij, Nederlanders, nog meer dan anderen
j geroepen, aan die ontwikkeling mede te werken, t.w.:
de boscharmoede in het moederland, en
de boschrijkdom in Nederlandsch-Indië.
j De boscharmoede hier te lande verplicht ons, met kracht te streven
l naar uitbreiding van ons boschgebied, de boschrijkdom in het Azia-
i tische deel van het Rijk der Nederlanden eischt van ons, dit kostbare
l bezit in alle opzichten deskundig te beheeren, teneinde het voor
achteruitgang te behoeden en zoo mogelijk nog waardevoller dan
thans, aan ons nageslacht over te dragen.
N Voor het Nederlandsche boschbedrijf zijn orienteerende voor-
j beelden te vinden in het klassieke Duitsche boschbeheer, in Zwit-
serland, Denemarken, België en Frankrijk. Zich richtende naar
dergelijke voorbeelden en deze toetsend aan de wetenschap, deels
ook eigen wegen zoekend, tracht men, onder belangstellend gade-
slaan door het buitenland, het boschbedrijf hier te lande allerwegen
tot ontwikkeling te brengen.
Voor ons boschbedrijf in Indië was het vinden van nieuwe wegen
gebiedend noodzakelijk. Met voldoening mogen wij constateeren,
dat hetgeen bereikt werd, door schier alle buitenlandsche deskun-