HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 19

JPEG (Deze pagina), 936.45 KB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

17 .
voor een Nederlandsch landbouwbedrijf, men voor een tropisch
boschbedrijf genoegen zal kunnen nemen met een rente van 2 of
hoogstens 3 %? Alleen de risico-premie voor tropische cultuur-
bedrijven is reeds hooger!
Ik kan mij om deze en andere redenen daarom niet neerleggen
bij den autonomen ,,forstliche Zinsfuss", en kan, in de omstandigheid
dat de met een boschbedrijf te behalen winst de 3 % niet kan over-
schrij den, niet anders zien dan het te betreuren feit, dat wij de boomen
niet harder kunnen laten groeien.
Ik blijf hopen, dat het de houtteelt op den duur moge gelukken
de boomen veel eerder dan thans de marktwaardige afmetingen te
doen bereiken. Het is mogelijk, dat als gevolg hiervan de waarde
van den boschgrond zal stijgen, naar mijne overtuiging echter lang
niet in die mate, dat door die stijging de verhouding tusschen
kapitaal en opbrengst ongewijzigd zal blijven.
Ik zou de beoefenaren van de houtteelt daarom willen toeroepen:
Helpt ons door uwe maatregelen over de ons thans gestelde rentabili-
teitsgrenzen heen, zonder uwe hulp kunnen wij niet verder komen,
ons wachten is op u!
Er bestaan gegronde redenen om aan te nemen, dat een dergelijke
oproep niet vergeefs behoeft te Zijn.
]uist in den allerlaatsten tijd 1) zijn exacte onderzoekingen bekend
geworden, die ons hoopvol doen uitzien naar opbrengstverhoogingen
door houtteeltkundige maatregelen.
In een buitengewoon interessante publicatie, ,,Bährenthoren
l924" maakt Forstmeister KRUTZSCH zijne zeer nauwkeurige waar-
nemingen openbaar, die hij verrichtte in eene houtvesterij, waar
sedert 1884, de eigenaar VON KALITSCH, volgens een geheel nieuwe
methode, waarop feitelijk in 1920 het eerst de aandacht werd ge-
vestigd 2), het bedrijf gevoerd heeft.
KRUTZSCH zelf meent uit de verzamelde gegevens en cijfers geen
gevolgtrekkingen te moeten maken, doch dit aan de lezers te moeten
overlaten. De eerste lezer, PUTSCHER, Directeur van de Saksische
boschinrichtingsdienst, trekt echter uit het gepubliceerde reeds de
conclusie: ,,Voor Bährenthoren staat volgens de gegevens van
_ KRUTZSCH vast, dat daar, op een gemiddelde groeiplaats van de
3e boniteit, voor den grove­den een 40 % hoogere houtopbrengst
en 60 % hoogere geldopbrengst te bereiken is, dan bij het normale
bedrijf met 100-jarigen om1oop."
Overigens blijkt uit de cijfers, dat de boomen in Bährenthoren,
dank zij de gevolgde werkwijze, een bepaalde diameter 20 jaar
1) KRUTZSCH: "Bährenthoren l924", Neudamm 1926.
2) Prof. Dr. 1VIöLLERZKiCf€fH-DaL1€1‘W2lClWi1"CSCl1aflZ»", Zeitschr. für Forst-
uncl jagdwesen, 1920 nr. 1.