HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 16

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.79 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

14
van het verschil in ligging van de boschgebieden zich als 100 2 4800
verhield. Met dezelfde cijfers voor oogen behoeft het wel geen betoog,
dat overal daar, waar het bosch geen of slechts minimale opbrengsten
geeft, van transportverbeteringen resultaten te verwachten zijn, die de
opbrengst kunnen vertienvoudigen, iets wat langs houtteeltkundigen
weg wel nimmer te bereiken zal zijn. Het zullen alweer overwegingen
van economischen aard moeten zijn, die zullen beslissen over de
vraag in hoeverre aanleg van transportwegen, in welken vorm dan
ook, mogelijk en rendabel zullen zijn.
Het is juist op dit gebied, zeer in het bijzonder op java, dat nauwe-
lijks tevoren verwachte resultaten zijn bereikt. Uitgestrekte djati-
boschgebieden, vroeger slechts in staat tot het loonend opbrengen van
kleine hoeveelheden kantrecht beslagen hout, brengen thans, na
den aanleg van een uitgebreid railbaannet, al het daar aanwezige
timmerhout en een belangrijke hoeveelheid brandhout aan de markt.
_2 a
Een ander middel, dat geleid heeft tot groote opbrengstvermeer­
dering buiten bemoeienis van de natuurwetenschappen, houdt met
het voorgaande nauw verband en bestaat in. het zoeken van afzet-
gelegenheden voor houtwerken, die veelal tengevolge van kleine
afmetingen, geringe waarde hebben.
In sommige gevallen zal verbetering van afvoergelegenheid reeds
voldoende zijn om ook dit deel van de houtopbrengst met financieel
voordeel van de hand te zetten. Ik wijs in dat verband b.v. op het
djatibrandhout op java, dat als stookmateriaal voor locomotieven
kan concurreeren met de ombilienkolen indien een zeer goedkoop
transport per railbaan van uit het bosch naar de spoorlijnen kan plaats
hebben. In verband met het calorisch vermogen van dit brandhout
en genoemde kolen, houdt de afzetbaarheid echter dadelijk op waar
de transportgelegenheden van dien aard zijn, dat zij iets zwaarder
op dat hout drukken. Mij zijn voorbeelden bekend, dat een enkele
houtvesterij op java na het gereedkomen van een railbaannet, onmid-
dellijk 5000 S.M. brandhout per jaar, die voorheen in het bosch
moesten blijven liggen, met voordeel kon verkoopen. Voor kleine
timmerhoutwerken - naven, velgen, spaken, decauville-liggers,
e.d. - kan onder bepaalde omstandigheden hetzelfde gelden.
In andere gevallen echter - en daarop doelde ik eigenlijk zooeven
- moet, wanneer de transportgelegenheden aan de eischen voldoen,
eerst nog een afzetgebied gevonden worden voor deze kleine, in den
houthandel dikwijls nog niet ge√Įntroduceerde houtwerken.
De hiermede bereikte resultaten zijn veelal verbazingwekkend
geweest. Ik denk aan den enormen afzet, die er thans voor papier-
hout bestaat, aan den afzet van kleine dwarsliggertjes op java en
I
l
e