HomeOpbrengstvermeerdering in den boschbouwPagina 12

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 19.94 MB

10
Alle vier deze zaken zijn echter met voldoende zekerheid vast te
stellen. Neemt men dan een vaste grondwaarde aan, dan blijven in
de formule twee onbekenden over, t.w. de gezochte kapleeftijd en
het renteprocent waarmede het bedrijf rendeert. Dit zijn twee
functioneel verbonden grootheden en de berekeningen beoogen
dan ook slechts tusschen deze beide de meest gewenschte verhouding
te vinden. Veelal echter tast men omtrent de grondwaarde in het jl
bosch geheel in het duister en moet men eenigszins anders te werk
gaan. Men laat ook de grondwaarde als onbekende in de formule l
optreden, berekent dan voor verschillende omlooptijden en ver- ,n
schillende renteprocenten die grondwaarde en kiest een omlooptijd,
die bij behoorlijke rendeering de grootste waarde aan den grond
geeft. In dit geval vindt men een opbrengstwaarde van den grond,
die overeenkomt met de optimale verhouding tusschen kapleeftijd
en rentabiliteit. En juist om de daaruit voortvloeiende, meest gunstige
verhouding tusschen kapitaal en opbrengst is het ons te doen.
Deze beschouwingen en de daarop gebaseerde berekeningen
hebben plaatselijk (Sachsen, in mindere mate ]ava, Beieren, Wurttem-
berg, enz.) een omwenteling veroorzaakt in het boschbedrijf.
Was men vroeger en is men thans nog veelal geneigd het bosch
te laten staan tot het zgn. ,,volgroeid" is, d.w.z. tot de boomen Zeer
oud geworden zijn en de opbrengst per H.A. een maximum heeft
bereikt of althans zeer hoog is opgeloopen, de juist aangeduide
gedachtengang leidt onherroepelijk tot veel kortere omlooptijden,
dus tot het vellen van het bosch op veel jongeren leeftijd en
tot een veel sterker ingrijpen tijdens de ontwikkeling van den
opstand.
Voor het sparrenboschbedrijf beteekent dit een teruggang van een ,
j 130-jarigen cyclus tot den 80- à 90-jarigen, d.w.z. bij een geregeld
boschbedrijf tot een ongeveer lg-maal uitgestrekteren jaarkap en
1-Q-maal grootere jaarlijksche cultuurvlakte. Voor het djatibosch-
bedrijf op java berekende collega BEEKMAN (dissertatie Landbouw-
hoogeschool November 1920) de wenschelijkheid van een lg-- à
· 2-maal korteren cyclus, dus ook een 1%- à 2-maal grooteren jaarkap,
en daardoor een verhooging van de jaarlijksche netto-opbrengst met
wellicht twee miljoen gulden. il
Deze, voor het uiteraard conservatieve en voorzichtige bosch-
bedrijf, geweldige veranderingen, die ongedachte verbeteringen
brengen in de rentabiliteit, zijn dus - ik meen hierop den nadruk
te mogen leggen - uitsluitend het gevolg van overwegingen van
boschhuishoudkundigen aard.
Dat deze verkorting van den omloop niet slechts verbetering van
de rentabiliteit teweeg brengt, maar tevens, zooals reeds werd "
aangeduid, een effectieve verhooging van de opbrengt aan houtmassa