HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 7

JPEG (Deze pagina), 559.46 KB

TIFF (Deze pagina), 3.34 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

5
is hetrsch goed maar al onze werktuigen deugen
niet ! .
Ik ben geneigd te zeggen: nu zelfs de meest
4 onverdachte voorstander van het regime tot de
conclusie komt dat de oppositie het nog niet zoo
heel ver mis had, nu wordt daarmee misschien de
laatste stoot gegeven tegen de wankele kalktoe-
standstheorie. Wanneer zou daarvan de erken-
ning komen ?
Maar maken we als voorbeeld een rekensom!
Een grond met 5 % humus en een kalktoestand
van -25 zou per 10 cM. bouwvoor 1400 K.G.
(naar boven afgerond!) zuivere koolzure kalk
moeten ontvangen om in den nultoestand te ko-
men; of 2100 K.G. mergel (weer naar boven af-
gerond; inderdaad is dit getal dus al veel te
hoog! n.l. plm. 400 K.G.). Wat leert echter de
ervaring van lr. Cleveringa? Dat die mergel
maar 40 %-80 % effect heeft, m.a.w. om den nul-
toestand te bereiken is misschien 3000-6000 K.G.
mergel noodig! En eerst dan is er gevaar voor
veenkoloniale haverziekte!
Ik vraag nog eens : Wat blijft er van de kalk-
toestandstheorie over? Waar blijft nu de groote
waarde van het grondonderzoek?
Als men in ons voorbeeld tusschen de 2000 en
5000 K.G. mergel geeft dan komt de zaak wel
in o-rde. En misschien is 1000 K.G. ook wel vol-
doende als men de fout van de te lage toestand
,,met stalmest gaat verhelpen of bemantelen."
Bij mijn voorbeeld heb ik stilzwijgend aange-
nomen dat de kalktoestand van den grond inder-
daad gelijk was aan de door onderzoek gevonden
waarde van -25. Ik kom daarop evenwel onder
punt 5 terug.
5. In 1927 zijn we verrijkt met een kalktoe-
standswet, ongeveer aldus geformuleerd: ,,aan