HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 6

JPEG (Deze pagina), 585.06 KB

TIFF (Deze pagina), 3.34 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

4
Zou het er dan toch niet zóó precies op aankomen,
als men het graag doet voorkomen?
4. Vroeger werd geleerd dat bij juiste aanwen-
ding van de berekende hoeveelheid merge] iedere
gewenschte kalktoestancl kon worden verkregen.
Voegt men daarbij dat een teveel aan kalk even
noodlottig (zoo niet noodlottiger) zou zijn dan een
tekort aan kalk, dan laat zich begrijpen dat die
twee uitspraken gezamenlijk indruk op de prak-
tijk moesten maken. En waar het geschreven
woord die indruk nog niet maakte, daar waren tal
van fotografische opnamen zeker geschikt een
diepen indruk achter te laten.
De ,,oppositie" heeft van den beginne af de eer-
ste uitspraak in twijfel getrokken. Zij heeft zelfs
getracht dit met voorbeelden uit de praktijk aan
te toonen. Maar aan die voorbeelden kon men (na-
tuurlijk) geen waarde hechten.
Nu wordt in me-dedeeling 32 van het bovenge-
noemde Proefstation medegedeeld, dat volgens er-
varingen van lr. Cleveringa de bekalking een nut-
tig effect heeft van 40 %-80 %. In het verslag
over diens proefvelden van 1925 staat echter nog
iets meer, n.l. dat het ,,veel gemakkelijker is den
kalktoestan­d -30 op -20 te brengen ·dan van
-10 op0 en hooger Het neutraliseeren (? ?) *) van
den grond is moeilijk en kost ti_id". Als lr. Cle-
veringa daar nog aan had toegevoegd ,,en veel
meer kalk dan uit het onderzoek kan worden af-
geleid" dan ha­d hij de toestand heel wat duide-
lijker weergegeven.
Ook die mededeelingen over het effect der kalk-
bemesting worden weer opgediend (zie ook boven
punt 2) als een tamelijk onschuldige zaak, die toch
eigenlijk niet veel te beteekenen heeft. De theorie
*) Vraagteekens van mij. l‘l. VV.