HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 5

JPEG (Deze pagina), 580.75 KB

TIFF (Deze pagina), 3.38 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

3
lntusschen mag ik hier vastleggen dat stalmest
op kalkarme grond (hoe staat het op kalkrijke
grond?) de gebreken verhelpt of bemantelt. Op
meer eenvoudige wijze uitgedrukt wil dat m.i.
niets anders zeggen dan:
op genoemde gronden kan stalmest de kalk
geheel of gedeeltelijk vervangen; m.a.w. van
de kalktoestandstheorie blijft niet veel over
als naast kunstmest stalmest wordt aange-
wend. Dat is een buitengewoon belangrijk
iets en het is verheugend dat dit thans (al-
gemeen ?) bekend is.
3. ln het allereerste begin werd er bij herha-
ling op gewezen dat de hoeveelheid te geven mer-
gel nauwkeurig moest worden afgemeten. Daar-
toe was noodig een nauwkeurig onderzoek en
moest men kennen de fijnhei·d en het gehalte der
mergel. Toen de critiek daarop wat al te luid
werd is men er toe overgegaan :
a. de hoeveelheid benoodigde zuivere koolzure
kalk af te ronden op 100 K.G.;
b. uit dit afgeronde getal de hoeveelheid mer-
gel te berekenen door vermenigvuldiging met 1,5.
Bij die factor ging men uit van de veronderstelling
dat goede mergel een gehalte zal hebben van 80 %
en een fijnheid van 75 %. Intusschen hebben de
mergelfabrikanten de kwaliteit van het product op-
gevoer·d, met name de maling is een veel betere ge-
worden.
j Daaruit volgt dat de factor 1,5 thans veelal te
hoog zal zijn. Dit gevoegd bij de sub. a genoemde
afronding, kan veilig worden aangenomen dat,
hoewel nog steeds de schün bestaat dat de toe te
dienen hoeveelheid mergel nauwkeurig bereken-d
wordt inderdaad in zeer vele gevallen een veel te
hooge mergelbemesting wordt voorgeschreven.