HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 32

JPEG (Deze pagina), 620.22 KB

TIFF (Deze pagina), 3.43 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

30
toonde. Voor de ­derde maal vergist de Heer Hu-
dig zich, indien hij beweert, dat ik de eerste ben
die een z.g. afspraak schond.
Op Zaterdag 16 Februari 1929 heeft de Heer j
Hudig bij de aanvaar·ding van zijn nieuwe ambt
een rede gehouden, die later in druk verscheen.
Op pag. 21 zegt de nieuwe Professor van zijn te-
genstanders op kalktoestandsgebied: ,,Deze op- l
,,vatting niet zelden voorgesteld als een uiting van
,,bescheidenhei»d is in mijn oogen meer de uiting Q
,,van een, met een tint van wijsheid gekleurd, on- j
,,vermogen." Als men nu de pl.m. 20 publicaties
van het Bedrijfslaboratorium eens doorleest dan jg
zijn die hier en daar zeker met een tint van wijs- g
heid gekleurd; ook de bescheidenheid komt hier
en daar voor den dag. Over onvermogen wil ik ä
nu maar niet schrijven. (Men herleze mijn eerste
artikel.)
Als de Heer Hudig mij op het voetstuk van den
,,superieuren" criticus wil plaatsen dan is dat zijn g
zaak. lk wil vastleggen dat ik als Rijkslandbouw-
consulent het recht heb critiek uit te oefenen op
het werk en op de geste van het Bedrijfslabora­
torium. Dat recht wordt dringerder sinds niet
meer te verwachten is dat de Hoogleeraar in de
Landbouwscheikunde en de Bemestingsleer aan de
Landbouwhoogeschool die critiek zal leveren ! Met
het zitting nemen in een kalktoestandscommissie Q
heb ik mijn rechten als Rijkslandbouwconsulent niet
verloren. Van de gegevens dier Commissie maak-
te ik geen gebruik. Niet zonder opzet heb ik over .
mijn eigen ervaringen niet gesproken; dat komt 2
later nog wel eens.
Ik eerbiedig het recht van den Directeur van F
het Bedrijfslaboratorium om propaganda voor die .
instelling te maken. Maar voor mij eisch ik het
recht op, als mij dat noodzakelijk voorkomt, cri-
tiek te leveren. *