HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 30

JPEG (Deze pagina), 545.50 KB

TIFF (Deze pagina), 3.35 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

28
D. Andere opmerkingen.
1. Terwijl in het verslag van 1923 is medege-
deeld dat de grond van het proefveld een kalk-
toestand had van - 25 en een leemgehalte van E
1-2 %, wordt in het verslag van 1924 gezegd, j
dat de kalktoestand - 28 was en wordt een leem-
gehalte opgegeven van 18.9 %. Wat is nu juist?
2. Bij een proefveld met parallelveldjes behoort
men onder een gemiddelde te verstaan: het ge-
mid-delde van de beide gelijk behandelde percee- 1
Zen. Van die regel wijkt Ir. Cleveringa, althans ;
voor zooverre het de kalktoestanden betreft, ook ;
af. Zoo wordt op pag. 44 van het verslag 1925
vermeld :
Kalktoestand. 1a lb
vóór de proef (voorjaar 1924 P) -17 -20
nà de proef (najaar 1925 ?) -27 -31
gemiddeld -22 -25
De indruk wordt zoo gewekt alsof de gemid-
delden aardig kloppen. Juist ware echter als was g
medegedeel­d :
gemiddelde van la en 1b vóór de proef -18.5
gemiddelde van la en 1b nà de proef -29.0 j
Men krijgt nu een heel anderen indruk over het ;
verloop van den kalktoestand. Die laatste indruk
is juist : de eerste indruk foutief. . 2
Slotbeschouwing. Indien de verschillen op de
veldjes van dit proefvetd groot zijn, dan zegt dat V
niets in het voordeel van de kalktoestandstheorie; D
daarvoor is de berichtgeving te onvolledig en te (
partijdig. Dat tenslotte de zuur bemeste veldjes
in opbrengst achteruitloopen behoeft geen verwon-
dering te wekken, sinds uit de verslagen de duide-