HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 16

JPEG (Deze pagina), 615.86 KB

TIFF (Deze pagina), 3.35 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

14 i
. aan wil geven. Bij het opvoeren van den kalk-
toestand tot -10 gaat alles n.l. behoorlijk; daar- I
boven en vooral boven 0 verwerkt de grond wat ;
meer mergel dan in het la·boratorium bij een kort- ¢
stondige bepaling wor-dt gevonden. Dit verschijn-
sel is reeds langer bekend en geeft volstrekt geen {
aanleiding tot moeilijkheden. v
Voert men het bouwland op tot tusschen -10 en J
0, zooals in het algemeen gewenscht is, dan heeft ·
men er vrijwel niet mee te maken en wil men l
j hooger, dan ondervangt men de moeilijkheid een- I
1 voudig door een herhaalde bemergeling na her-
onderzoek. Ook hier komt het slechts aan op het ;
i bereiken van het doel, hetgeen nu eenmaal in de
praktijk niet zoo eenvoudig is, als de Heer Wit- j
teveen dit in zijn gedachten zou wenschen. Er is §
, echter niet de geringste aanleiding om deze moei- j
l lijkheden uit te spelen tegen het principe van den l
i kalktoestand zelf. j
Dit staat voldoende vast, zelfs reeds voor de
kleigronden. I
j Het eenige is, dat de toepassing in de praktijk, I
l waar men enkele duizenden K.G. mergel b.v. 3000
K.G. per H.A. moet mengen met 3.000.000 K.G.
gro·nd, in een verhouding ­dus van 1 K.G. mergel op
j 1000 K.G. grond, met de tegenwoordige werktuigen,
zeer bezwaarlijk is. Dit is nooit ontkend en het
l zijn juist de groote voorstanders van het grond-
onderzoek, ·die deze moeilijkheden beter dan wie
ook kennen en die steeds zoeken om tot verbetering
van de techniek te geraken. De hiermede tot heden T
1 bereikte resultaten zijn zelfs zeer belangrijk voor
de praktijk en hebben zeer veel bijgedragen tot een
j juiste aanwending van de kalkmeststoffen. ,
De weerlegging van de vele andere onjuiste ge-
l dachtenkronkelingen van den schrijver ligt op den
weg van het Bedrijfslaboratorium.
1 De Rijkslandbouwconszzlent,
Zutphen, 10 Dec. ’29. O. J. CLEVERINGA.