HomeHet kalktoestandsonderzoek van den grond in en voor de praktijkPagina 12

JPEG (Deze pagina), 559.85 KB

TIFF (Deze pagina), 3.35 MB

PDF (Volledig document), 22.65 MB

` 10
Bovengenoemde zeven punten geven mij aan-
leiding de praktijk te waarschuwen. Wil men ziin
grond laten onderzoeken, dan is daar geen be-
zwaar tegen, maar ik meen dat het vooralsnog
niet gewenscht is daartoe over te gaan. indien
l men de door het Berlrijfslaboratorinm gegeven
t adviezen gaat opvolgen. Ik acht de geste van het
Bedrijfslaboratorium onverantwoord en daardoor
l niet in het belang van den Nederlandschen land-
bouw. Om die reden ook meende ik mijn bezwa-
ren tegen de kalktoestandstheorie naar voren te
j mogen en te moeten brengen.
Dragten, November 1929.
Ir. H. J. WITTEVEEN.
De Rijkslandbonwconsnlent,
Ilnderschrifl.
Wij hebben gemeend bovenstaand artikel in ver-
band met vorm en inhoud in de rubriek ,,Ingezon-
den" te moeten plaatsen. Het geldt hier een kwes-
tie, waarover lang niet eenstemmig wordt gedacht.
Ter nadere ori├źnteering heeft de Fr. M. v. L. zelfs t
een ,,Kalkcommissie" ingesteld.
" v. d. M. [
t Het onderzoek naar den kalktoestand
van alleïperceelen is
DRINGEND NOODZAKELIJK.
Antwoord aan Ir. H. J. Witteveen te Drachten.
Daar de Heer Ir. Witteveen in zijn ingezonden r
stuk in het Friesch Landbouwblad van 7 Dec. 1929, t
tegen het Bedrijfslaboratorium voor Grondonder-
zoek te Groningen, ook ons zijdelings betrekt, ach-
ten wij ons verplicht hierop een kort antwoord
niet schuldig te blijven.
Dit antwoord is vooral bedoeld als een protest
tegen de uiterst lichtvaardige wijze waarop de