HomeVerslag van de studiereis ter kennismaking met nieuwere gereedschappen voor en methoden van bewerking der boschgronden in N.O.-DPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 37.69 MB

De grasvegetatie is meer of minder sterk, vertoont verschillen
in samenstelling, en daarmee loopen parallel de meer of minder
j groote moeilijkheden bij de herbebossching en den onderbouw. ·
g Men kan 3 hoofdgroepen onderscheiden.
r
Op de dalzanden, bekkenzanden en stuifkoppen is Aira flexuosa
L. overheerschend. Zoodra de grond eenigszins vochthoudender,
i resp. vochtiger is, treedt ,,zegge" op (Biesenthal). Er zijn verschillende
soorten van zegge. In den regel is het Calamagrosiis epigçios Roth.,
doch elders is het de Carex czrenaria L., enz. Vooral de Calama-
L grostis voornoemd kan vrij groote oppervlakten met wortelstokken
geheel doorwortelen en de cultuur uitermate bemoeilijken. Men
ziet deze grassen o. m. buitengewoon tot ontwikkeling komen na
insectenplagen op plaatsen, waar tot dien tijd de bodemflora be-
l stond uit Hypnum met doorgemengde blauwe en roode boschbes
(Biesenthal).
Op de mineraal­rijkere gronden, zooals de moraine­gronden en L
r speciaal waar de z.g.n. ,,Geschiebemergel" dicht onder of aan de
oppervlakte ligt, bestaat de vegetatie uit verschillende kruiden en
, grassoorten, [Eberswalde, Hohenlübbichow), waartusschen (in het
lt bosch) allengs meer of minder Hypnum wordt aangetroffen. g
Hier houdt de grasvegetatie vrij sterke beschaduwing van grove- j
den uit, doch wijkt, zoodra de beuken als onderhout tot ontwik- .
l keling komen. ` L
Onder bepaalde omstandigheden, b.v. kaalkap, ontwikkelt zich
er ook hier een dichte graszode, die groote moeilijkheden oplevert
L bij verjonging van het bosch.
De Sand'r­terreinen staan tusschen deze 2 groepen in. Van _
groote beteekenis bij groepen 1 en 3 is de diepte, waarop een
j ondoorlatendelaag in den bodem aanwezig is. Hier is de grens
tusschen de groepen niet scherp. Ook hier is de Aira Hexuosa [
dikwijls overheerschend. _
L Terwijl in de staatshoutvesterijen in het algemeen geen strooisel-
L roof plaats had, hebben de particuliere gronden te Bärenthoren
L en Hohenlübbichow zeer onder dit euvel geleden. Dit is o. m.
daarom zoo schadelijk, omdat het strooisel in deze streken in het
l algemeen snel verteert, zoodat slechts een dunne laag humus aan-
wezig is onder omstandigheden, dat bij ons een dikke laag boschturf j
zou worden aangetroffen. n S
14 j r
r I
l