HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 6

JPEG (Deze pagina), 971.39 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

6
Opgemerkt dient te worden, dat enkele gemeenrten geen opgave
deden., zoodat de som der 5 laatste kolommen een weinig kleiner is
dan het totaal van de kolom woesten grond.
­ Van den woesten gerneentegron-d ligt dus niet minder dan 58% in
Noordbrabant.
Naast het groote gemeentelijke grondbezit ontstond in Noordbra-
bant veel domeinlbezitg betrekkelijk weinig woeste gr­onden bevon-
` den zich in handen van particulieren en ·dan was het veelal in den
v-orm van groot grondbezit. ..
Zooals blijkt uit den eerstenï staat, aangemnende het aantal H.A.,
dat gemiddeld per jaar is ontgonnen, wisselde de omvang van de
ontginning in den loop der jaren af. Er blijken nà het jaar 1833 ‘
twee perioden voor te komen, waarin de ontginning verminderde
E en wel v­oor het eerst tijdens de landbouwcrisis, die omstreeks 1877
tot 1895 heerschte, terwijl het ontginningsoijfer ten tweeden male
_ - daalde gedurende het laatste gedeelte van den oorlogen in Noord-
brabant in 1917 het laagste punt bereikte om daarna weder te
i stijgen.
Omstreeks het midden van de vorige eeuw was de ontginning van
woesten grond, zoowel in Noordbrabant als in geheel Ne-derland zeer t
levendig. De oorzaak was in hoofdzaak gelegen in de toen zeer i
r gunstige landbouw­conjunctuur, die door verschillende factoren l
werd veroorzaakt. Voorts breidde de industrie zich sterk uit ·en ver- v
- oorzaakte -door de hoogere loonen een trek van de bevolking van het ;
l platte land naar de steden. Het gevolg was meer behoefte en du­s
meer vraag, maar tegelijk minder aanbod van landbouwproducten,
i dus stijging van de prijzen daarvan, waarvan weer een krachtige 1
prikkel tot ontginning van wwoesten gr­ond het gevolg was. ‘
_ Tegen de 70-er jarlenx zi=en wij een daling optreden, die in de pe- ,
riode 1892/96 culmineert en veroorzaakt werd door eene laag-con-
n junctuur, een tijdperk van voortdurenïden tegenspoed, van crisis, ,
door prijsval bij tal van artikelen en in hoofdzaak daarin haar oor- J
zaak vindend, dat ten gevolge van de ongekend snelle en ingrijpende i
veranderingen, welke het wereldverkeer sedert het middlen der 19e
eeuw ondergaan heeft, uitgestrekte grondcomplexen in dun bevolkte,
nieuwe landen, plotseling voor de cultuur ontsloten zijn geworden.,
waardoor de pr­oductie van landbouwartikelen op eenmaal belangrijk
toenam, zoodat het evenwicht tusschen vraag en aanbod werd ver- j
lbroken.
Aanvankelijk alleen beperkt tot het graan, bre·id·de de crisis zich
van lie-verlede over tal van artikelen uit. In Nederlan·d werd [zij
1 nog zeer verscherpt, doordat onze landbouw in vergelijking met die
in het buitenland, destijds op een laag peil stond. Ook deed de ä
protectionistische politiek van onze buren veel kwaad, ook in die
takken van bedrijf, die door de crisis nog niet getroffen waren. ', _
4