HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 53

JPEG (Deze pagina), 951.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

, ' { l
5 l
· i
i ;
l · r?
3
I 56
ë à
,,Maar nogmaals er zal krachtige invloed aangewen-d moeten worden
t ,,0111 de gemeenten zoover te brengen. Thans nog trachten de enkele P
F , ,,gen1eent·en, die heide aan de boeren verkoopen of verpachten, door
,,sleel1ts zeer weinig heide beschikbaar te stellen ·den prijs kunstmatig ;
,,hoog te houden. i
,,Ruime gelegenheid tegen billijke prijzen zal zijn in het belang l
,,van de boeren, de gemeenten, de provincie - het algemeen". *)
ï §2. De bebossching.
De beteekenis van het bosch in het huishouden van den Staat
j maakt het van groot ·belang, dat een land eene bepaaldeoppervlakte r
i bosch bezit en wel in den vorm van blijvend bosch, dat niet aan
groote schommelingen onderhevig is, zoomin wat den omvang be-
· treft als den aard van het bosch, zoodat eene duurzame en regel-
matig weerkeerende houtopbrengst wordt verkregen.
1 Het houtverbruik in de geheele wereld is immers regelmatig stij-
j gend, terwijl de uitvoer van versehillende houtexporteerende landen
reeds vermindert. Ook in ons land stijgt het houtverbruik, zoowel in ,
j totaal als per hoofd der bevolking. Het eerste is van groote betee- `
kenis voor Noordbrabant met zijne toenemende landbouwbevolking.
Het particuliere boschbezit, vooral wat het zwaardere hout betreft, d
is in de laatste jaren sterk verminderd en de prijzen voor het z.g.
landbouwgericfhout zijn dan ook oploopend en plaatselijk reeds zeer ·<
hoog. Bovendien moet rekening worden gehouden met de waar- i
sehijnlijke exploitatie van kolenmijnen in Z.O. Noordbrabant en het ­
aangrenzend gedeelte van Limburg. è
I Hoewel het uit den aard der zaak niet wel mogelijk is om met ,
j eenige juistheid iets omtrent de vooruitzichten van de toekomst van
1 de bebossehing te voorspellen, doet het bovenstaande toch de beste
{ verwachtingen voor de toekomst van den boschbouw in Noordbrabant .
V koesteren. . _
Er ligt in Noordbrabant nog eene belangrijke oppervlakte woesten
grond. Volgens de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van ‘
V den Landbouw bedroeg deze op 1 Januari 1923 92030 H.A. Naar glo- F
{ _ balc schatting kan hiervan eene oppervlakte van i 49000 H.A. als
t uitsluitend voor bebossching geschikt worden beschouwd. Hiervan
i is een oppervlakte van it 18000 H.A. in bezit van gemeenten, terwijl
1* 30000 H.A. in handen van particulieren i.s. In verband met de tijds-
omstandigheden is echter eene krachtige ontwikkeling van de parti-
culiere bebossehing vooreerst niet te verwachten. Niettemin ver-
l dient het aanbeveling zoo mogelijk maatregelen te nemen om den
particulieren boschbouw, waar deze werkzaam is, te bevorderen en
te steunen, aangezien hetgeen door particulieren in ons land en ook
in Noordbrabant t-ot stand is gebracht, van groote beteekenis moet
worden geacht.
A *) Onze opvatting ten deze, overeenstemmende met die van het
s Staatsboschbedriji', is neergelegd in hoofdstuk VII, § 3 dezer be- V
i schouwingen. i
l
1
l
r
l, l