HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 52

JPEG (Deze pagina), 900.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

i
i
l
i
i
ä
55
1
Hoofdstuk IX.
ä VOORUITZIOHFTEN VOOR DE TOEKOMST VAN DE ONTGINNING
EN DE BEBOSSCHING.
4
ä § 1. De ontginning toi bouw- en gmsland.
1
_ Aan bovengenoemde landbonweonsulenten is ook hunne meening
gevraagd omtrent de vooruitzichten voor de toekomst van de ont-
{ ginning van woesten grond tot bouw- en grasland. De heer Huizenga
§ merkt het navolgen·de op:
,,Er bestaat voor mij wel eenige reden om over dit =punt kort te
,,zijn, omdat ik mij niet gaarne waag aan bespiegelingen en voorspel-
,.lingen over datgene, wat in de toekomst gebeuren kan. Toch wil
,,ik er enkele opmerking-en over maken en dan in de eerste plaats
g ,,·het volgende zeggen.
,,Er zijn in mijn ambtsgebied nog vrij groote uitgestrektheden
,,heidegr0n·d, die voor ontginning geschikt zouden zijn, wanneer be-
_,,paalde omstandigheden gunstiger waren. Soms zijn ze te ver ver-
,,wijder·d van goede verkeerswegen en dan is er niet direct iets aan
,,te doen. Maar zeer vaak komt het ook voor, dat de waterafvoer te
4 ,,wensehen overlaat en in dit opzicht is het misschien beter mogelijk,
,,dat doeltreffende maatregelen genomen worden om hierin verbete-
,,ring te brengen. Wanneer allen, die er aan kunnen 1nedewerken om
Q ,,in het algemeen in den waterafvoer in deze provincie verbetering
ä ,,te brengen, ·daaraan 'hunne beste krachten besteden, dan zal dit
g ,,zeker in de toekomst aan de ontginning ten goede komen. En indien
i ,,men dus in dit opzicht alles doet wat men kan en later ook ge-
A ,,lei­delijk voor den aanleg en verbetering van verkeerswegen zorgt.
,,dan kan rn. i. als slot van deze beschouwingen nog worden opge-
ij ,,1nerkt, dat dan de vooruitzichten voor ­de ontginningen gelijken
; ,,tred houden met de vooruitzichten voor den landbouW".
De heer Deckers ·deelt hieromtrent mede:
E ,,Naar mijne meening zal, wanneer de gemeenten er toe aange-
,,s·poord worden de heidevelden te verkavelen, voor watcrlossingen
,,en wegen te zorgen als boven besproken, (zie hoofdstuk VI par. 2)
. ,,in enkele jaren zeer veel ontgonnen worden. De vraag naar heide
, ,,is zeer groot.
i ,,Groote ontginningen ·zul1en er m. i. den eersten tijd nog niet aan-
Q ,,gepa‘kt wor·den. Zonder steun zullen ook nieuwe boerderijen op heide
= ,,moeilijk rendeeren, zoodat het mij de eenvoudigste en doelmatigste
,,manier lijkt, den landbouwers ruimschoots gelegenheid te bieden
r ,,hun bedrijven langzamerhand uit te breiden. Zeker zullen dan toch
‘ ,,verschillende nieuwe boerderijen gesticht worden, als de onde boer-
,,derij zooveel uitgebreid is, dat ze groot genoeg is om in tweeën
E ,,gelegd te wor-den.
2