HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 50

JPEG (Deze pagina), 958.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

V 53
V vinden van den eikenmeeldauw. Het is bij de zwamziekten moeilijk
om algemeene voorbehoedmiddelen te geven. Van belang is echter
te zorgen, dat de bossehen zooveel mogelijk weerstand tegen even-
tueele ziekten kunnen bi-e·den. Bij het planten behoort krachtig en
gezond materiaal te worden gebruikt, terwijl ook aan het planten zelf
de noodige zorg moet worden besteed. Door voor eene goede grond-
bewerking en ontwatering zorg te dragen zullen de jonge planten zich
· beter kunnen ontwikkelen en dientengevolge ook weerstandkrachtiger
zijn, terwijl eene goede bodemverpleging tijdens het verdere bestands-
leven van veel belang is. Wat bij de insectenschade is gezegd over
. menging met loofhout en het gevaar van den aanleg van groote aan-
YL ‘ eengesloten oppervlakten naaldhout niet weinig of geen leeftijdsver-
schil, geldt ook ten opzichte van de zwamziekten. Voorts is het van
belang de bossehen gezuiverd te houden van ziekelijk en dood hout.
Ook dienen de dunningen tijdig plaats te hebben, ten einde te voor-
komen, dat de boomen door een te dichten stand minder weerstands-
krachtig worden of wonden krijgen, welke gemakkelijk aangrijpings-
punten voor zwainziekten kunnen vormen. Vanwege het Staatsbosch-
bedrijf is ook een plaat uitgegeven met de beschrijving en bestrij-
' dingswijze van eenige zwammen, seha·delijk voor naaldhout. Ook voor
de bestrijding van ziekten door zwammen veroorzaakt zijn geen alge-
meene voorschriften te geven. De bestrijdingswijze hangt over het
tb algemeen samen met het voorkom·en en de ontwikkeling van de
zwam, die de ziekte veroorzaakt, en is dus gewoonlijk voor iedere
ziekte versehillen·d.
Op grond van de Boschwet 1922 kunnen ter bestrijding van- of ter
voorkoming van nadeel door voor den boschbouw schadelijke dieren
of plantenziekten door de Kroon algemeene of bijzondere voorschrif-
ten worden gegeven.
Overeenkomstig artikel 5 dier wet is het in de daarvoor aange-
wezen gemeenten verboden tusschen 15 Mei en 1 Augustus geveld
naaldhout te laten liggen of opgestapeld te houden, tenzij dit hout
is ontsohorst, is geimpregneerd of in water ligt, terwijl deze be-
paling eveneens niet geldt voor takkenbossen, boonstaken en hout,
” aanwezig op de plaatsen van gebruik. De strekking van dit artikel
is de schade te voorkomen, welke wordt veroorzaakt door den den-
nensoheerder. Ieder jaar valt schade van dit insect waar te nemen.
Vooral rondom kapvlaikten, waar de sterke harslucht de insecten aan-
trekt, is de schade gewoonlijk groot, zoo ook aan de boschranden cn
nabij houtstapelplaatsen.
Jonge bosehcultures kunnen zeer veel nadeel van sehadeli_jk wild
ondervinden. In hoofdzaak dient het konijn te worden genoemd, dat
vooral het loofhout door het afbijten van den bast beschadigt, doch
ook jonge naaidhoutplanten niet met rust laat. Er zijn vele voorbe-
hoed- en weermiddeien, doch afdoende zijn deze niet. Door schieten, _
wegvangen, fretteeren, uitgraven e. ld. kunnen vele konijnen worden
verdelgd. Voorts kunnen ook de natuurlijke vijanden als wezels, her-
melijnen, marters, vossen enz. bij·dragen tot de bestrijding van dit
zoo schadelijk gedierte. Tot de afweermiddelen behoort o. a. het