HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 49

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

52 1
t nut, tegen schade door brand veroorzaakt in hunne bosschen, welke
on·der Staatstoezicht -staan of volgens de aanwijzingen van het Staats-
boschbedrijf wor·den onderhouden.
Bosschen hebben ook zeer dikwijls te lijden van het aanrichten
. van schade door insecten. Het komt zelfs wel voor, dat bosschen
geheel te gronde gaan, ten gevolge van een of andere insectenplaag.
l Zoo werd in 1908 groote schade aangericht door ·den nonvlinder in
. de dennenbosschen tusschen Alphen en Chaam en die ten Noorden .
van Tilburg. In 1919 was het de gestreepte dennenrups, die in ver-
; schillende deelen van het land veel schade aanrichtte. Ieder jaar
treden verschillende schadelijke insecten in meerdere of mindere
mate op. Zijn de omstandigheden in een bepaald jaar voor de ontl ·
E wikkeling en vermeerdering van een bepaald insect bijzonder gunstig, "`
1 dan kan in het daaropvolgende jaar tengevolge van die vermeerde~
l ring soms plotseling een ·plaag optreden. Ook zonder dat echter
j bepaald van een plaag sprake behoeft te zijn, kunnen sommige in-
1 secten veel schade aanrichten.
i Ter voorkoming van schade door insecten is het van belang, dat
de beheerder steeds op de hoogte is van het insectenleven in zijne
bosschen, om te voorkomen, dat hij door eene sterke vermeerdering ‘
van een of ander schadelijk insect wordt verrast. Bij ontdekking van
eene eenigszins opvallende vermeerdering van eene insectensoort,
{ hetgeen eene aanwijzing voor eene naderende plaag kan zijn, zal hij L
l dan zoo spoedig mogelijk maatregelen kunnen nemen om de calami­ `
§ teit in den eersten aanvang te stuiten. Voorts is de bescherming
X van de natuurlijke vijanden van de insecten van veel beteekenis.
E Hiertoe dienen ook vooral de vogels te worden gespaard. Bij den
j aanleg van bosschen moet worden vermeden, dat groote aaneenge-
sloten oppervlakten zuiver naaldhout van denzelfden of met een ge-
ring leeftijdsve-rschil ontstaan. Ook met het oog op i.nsectenbescha­
. diging verdient het aanbeveling de dennenbosschen zooveel mogelijk
j met loofhont te mengen, ·omdat ·de ondervinding leert, dat eene in-
sectenplaag in gemengde bosschen nimmer zulke ernstige gevolgen
heef.t, als in zuivere bestanden.
De bestrijding van de insecten hangt gewoonlijk zeer nauw samen ’
j met hunne levenswijze en wijze van voortplanting. Het bekende ge-
zegde ,,het is beter te voorkomen, ·dan te genezen" geldt ook hier.
Het Staatsboschibedrijf heeft door uitgifte van een wandplaat en
enkele vlngschriften, de aandacht gevestigd op de gevaren, die onze
bosschen van de zijde van een aantal insectensoorten bedreigen. Be-
halve een beschrijving van de levenswijze en ontwikkeling vermelden
j deze vlugschriften ook de meest doelmatige bestrijdingswijze. De
vlugschriften over den dennenscheerder en den grooten en kleinen
dennensnuittor hebben voor de praktijk inzonderheid waarde.
De ziekten, welke door zwammen worden veroorzaakt, kunnen
eveneens, vooral in kweekerijen, doch ook in bosschen veel nadeel
veroorzaken. Zoo kunnen b.v. het dennenschot, de wortelzwam, de
honingzwam, het dennenroest, aan naaldhout schade aanrichten, ter-
wijl b.v. eikenhout en jonge eikencultures somtijds schade onder-
i.
K