HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 47

JPEG (Deze pagina), 917.17 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

50
V Hoofdstuk VIII. =
BESCHERMING EN BEHOUD VAN BOSSCHEN.
Het bosch staat aan velerlei gevaren bloot. Voor de bosschen in
j ons land, die voor het meerendeel uit grovedennen bestaan, moet
Q als grootste gevaar ·dat voor bran·d wor­den genoemd. Jaarlijks valt
een vrij belangrijke oppervlakte bosch lhet vuur ten offer. Vooral
voor de jongere dennenibossehen, van 5-20 jarigen leeftijd, is het Ar
brandgevaar zeer groot, doordat zij van den grond af één dichte `
i brandbare massa vorm·en. Bij bran·d gaan zij gewoonlijk geheel ver-
loren. `
j In gemeng·de bossohen is het brandgevaar veel geringer. Het ge-
E vaar voor het ontstaan van brand, zoowel als voor de voortplanting
van het vuur, neemt in gemengde bossehen af, naarmate er meer
loofhout in voorhanden is. -
K Als oorzaken voor het ontstaan van boschbrand moeten in de
5 eerste plaats worden genoemd onvoorziehtigheid en zorgelooshei-d.
j Bovendien is boschbran­d somtijds te wijten aan kwaadwilligheid.
ä Ook de spoor- en tramwegen hebben reeds menigen bosehbrand ver- J;
oorzaakt. .
De aanleg van een bosch behoort op zoodanige wijze plaats te
K vinden, dat het brandgevaar tot een niinimum wordt beperkt. Be-
halve door het aanleggen van gemengde bossehen, is het gewenscht
ë de bosschen door het aanleggen van brandsingels, brandstrooken
E of brandweg­en in blokken te verdeelen, waardoor ee11 eventueel
ontstaande brand tot een gedeelte van het boscheomplex beperkt
blijft. Waar geen loofhoutsingels langs de wegen zijn, behooren de
randen van het bosch ter breedte van i ·5 M. steeds vrij te worden
S gehouden van dood hout en brandbare gewassen.
1 Ook dient or bij den aanleg op te worden gelet, dat geen al te
f groote oppervlakten bosch van nagenoeg denzeliïden leeftijd aaneen J
jl komen te liggen. Door de ·dunningen tijdig te doen plaats hebben
§ wordt het brandjgevaar eveneens belangrijk verminderd, omdat
l .; daarbij veel dood en overtollig hout, dat gewoonlijk het gemakkelijkst
· l vlam vat uit het bosch verwijderd wordt.
In grootere bosehcomplex-en of boschrijke streken is het gewenseht
. tijdens brandgevaarlijk weer door vertrouwde personen te doen
l surveilleeren. Het is n.l. van groot belang om bij een eventueel uit-
gebroken brand zoo spoedig mogelijk te kunnen ingrijpen, daar bosch-
brand, wanneer de omstandigheden gunstig azijn, zich zeer snel kan
uitbreiden. Er moet ook voor gezorgd worden, dat steeds gereed-
schap om het vuur te bestrij·den, als schoppen, bijlen en kapmessen
in de onmiddellijke nabijheid van het bosch beschikbaar zijn. In
uitgestrekte bosehcomplexen kan worden overgegaan tot het bouwen
e van brandtorens, hetgeen ter betere waarneming van het terrein,
1.