HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 42

JPEG (Deze pagina), 922.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

45
` watering en kanalisatie van de Peel (Maart 1920) en betreffende
afwatering der provincie Noordbrabant (December 1920). Ten aan-
zien van het Peelgebied blijkt daaruit, dat van de geheele opper-
vlakte van 125021 H.A. nog 42805 H.A. woest liggen, waarvan na
I ontginning en drooglegging 37219 H.A. voor aanleg van bouw- en
grasland en 5586 H.A. voor boschaanleg zullen worden bestemd.
De oprichting van het waterschap ,,Het stroomgebied van den
Dommel" en van het waterschap ,,De Aa beneden Helmond" heeft
in de eerste plaats ten doel een allen bevredigende regeling van
ontwatering en waterafvoer in ·de stroomgebieden der beide rivieren.
dus in een belangrijk deel van het ontginnings­ en boschbouwgebied
’ der provincie.
Bij de behandeling van besluiten tot verkoop van woeste gronden
wordt steeds gelet op den toestand en het behoud der waterlossingen.
§ 3. Openszfelling van gelegenheid om gronden te pachten
of te koopen.
Zooals eerder reeds werd gezegd, is ·in N-oordbrabant een groot
deel van den woesten grond gemeentelijk bezit, Vooral is dit het
geval in het Oostelijke gedeelte der provincie. Het levert dan ook
’ voor hen, die tot ontginning wenischen over te gaan, vaak bezwaren
op om aan den benoodigden grond te komen, tenzij deze van ge-
meenten kan worden gekocht of gehuurd. Vervreemding van ge-
meentegrond kan zoodoende dikwijls aan de ontginning bevorderlijk
zijn. Het hangt echter zeer veel af van de wijze van verkoopt
of deze a.l dan niet ook in het belang is van de gemeenten zelf.
Volgens de Gemeentewet zijn de Raadsbesluiten, betreffende
verkoop van gemeentegrond, aan de goedkeuring van Gedeputeerde
Staten onderworpen. Nu is het voor dit College meestal niet
mogelijk of althans zéér moeilijk om deze Raadsbesluiten tot
ë grondverkoop en de motieven, die daarbij door de gemeenten naar
voren worden. gebracht, volledig te beoordeelen, vooral omdat ge-
woonlijk slechts een onderzoek ter plaatse kan leeren, of door het
betrokken besluit inderdaad de belangen van d.e gemeente -- in
het bijzonder die op cultuurtechnisch en op economisch gebied -
worden gedïend. Het is nog niet zoo heel heel lang geleden, dat
de gemeenten hare woe·ste gronden vaak maar beschouwden als
een last en schadepost dan als een waardevol bezit. Ook voor
particulieren was de koopwaarde gering. Iedere aanvrage tot
grondaankoop werd door de gemeente veelal met vreugde begroet.
Uit den aard der zaak werdensteeds de beste terreinen eerst
aangevraagd. Of echter door den verkoop enclaves of inhammen
in het gemeentebezit werden gevormd, zoodat de overblijvende‘
_ complexen sterk in waarde achteruitgingen, daarover bekommerde