HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 4

JPEG (Deze pagina), 687.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

stonden ze later gedeeltelijk weer aan aanzienlijke heeren in eigen-
dom af.
Deze eigendom was echter bezwaard met het gemeenschappelijk
gebruiksrecht der dorpers. Lang duurde deze toestand niet, want
in de 13e en 14e eeuw wisten de dorpers tegen een betaling in eens
en een jaarlijksche cijns, de vrije beschikking over deze gronden, weer
te verkrijgen.
In 1462 werd bepaald, dat ,,de dorpen de gemeene heiden enz.
weder mochten aanvaarden en voortaan ter eeuwvigen dage hebben,
houden en benutten tot hun gemeen gebruik? 1) Op deze wijze ont-
stond een uitgebreid gemeentelijk grondbezit, dat in andere pro-
vinciën in die mate niet voorkomt, gelijk moge blijken uit de ‘»
onderstaande opgave omtrent het gemeentelijk grondbezit in 1904, [
ontleend aan het in 1905 uitgebrachte rapport van de Comimissie,
belast met het uitbrengen van advies o·ver het voorstel der Regeering, I
. betreffende bebossching van woeste gemeentegronden. 2) 4
I
i ·
u
u
Q
1) Voor meer uitvoerige gegevens zij verwezen naar Frof. Dr.
H. Blink, Geschiedenis van den Boerenstand en den Landbouw in ,
Nederland, Deel II.
2) Tijdschrift der Nederl. Heide Mij. :17e Jaargang blz. 1.
Fl
ä