HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 33

JPEG (Deze pagina), 912.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

lt
4; 36
. ,,ding en verbetering van het arbeid-sveld van den boerenlstand. `
bij ,,Maar dan moet een andere weg ingeslagen worden dan tot heden
,,het egeval is geweest. Kleine perceelen heide zijn voor de land-
,,bouwers bijna nimmer te koop gew·eest. Wel is er door enkele
lj ,,ge1neen·ten hei·de verkocht, maar dan bijna steeds in groote corn-
j ,,plexen.
,,De gernjeenten zullen de heide moeten verkavelen, wegen en
i ,,waterlo·ssing aanleggen en daarna de heiden aan de gewone boeren
,,nroeten verkoopen of in erfpacht uitgeven. Dit is m.i. de weg om
,,tot een vlugge, doelmatige ontginning te komen.
,,Zeker zal de voedselv·o0rzien‘in»g er in alle opzichten mede ge- .
j ,,«baat zijn. i 4
,,Ik gel-delijk opzicht is dit ook zeker de meest gewenschte op-
? , ,,lossing. Immers de gewone boer kan de ·ontginnning bewerken en
; ,,klaarmaken in tijden, -dat hij toch niets of weinig te doenï heeft,
,.zoodat hij den arbeid eraan besteed, niet ten volle behoefte te be-
; ,,rek·enen. Bovendien t·elt de boer den eigen arbeid niet en zal dus
I ,,zeker veel voordeeliger ontginnen dan de groot-ontginner, die met
V ,,betaal­de arbeidskrachten moet werken.
. ,,V0or den gewonen; boer zal de ëontginning zeker loonend zijn,
,,als hij voor normal-en prijs heide kan krijgen ter uitbreiding van .,
g_ I ,,zijn bedrijf."
[ § 3. Dc resultaten van de bcbosschring.
De bebossching heeft in Noordbrabant een hooge vlucht genomen
Y waartoe naast het instituut der renteloeze voorschotten van den
Staat aanvankelijk ook de Nederlandsche Heidemaatschappij veel
heeft "bijgedragen zoowel door propaganda, ·door het verstrekken van
deskundige voorlichting, door het ontwerpen van plannen als door
het uitvoeren van bebosschingswerkzaamheden voor derden. R,
I · In dit verband behoort de aan·dacht te worden gevestigd op de
werkzaamheden tot bebossching van een aanzienlijke oppervlakte
heide in de Peel, welke aan deze Maatschappij in 1891. door de
j heeren Mr. van O-gtrop en Mr. van Water.schoot van der Gracht wer-
den opgedragen. Dit goede voorbeeld werd het begin van eene
krachtige ontwikkeling in deze richting.
~Over het algernseen komen; in de eerste plaats de h·ooggelegen
heidegronden voor belbossching in aanmerking. Terloops werd er
. reeds op gewezen, dat vroeger, toen de ontginning van woesten
grond tot bouw- en graslan·d nog niet zulk een vlucht had genomen
I en men daarvan minder ondervinding had, veel gronden beboscht
werden, die later bleken voor den aanleg van bouw- of grasland vol-
doende geschiktheid te hebben. In de latere jaren nam de ontginning
D van woesten gr-ond d­oor particulieren tot bosch dan ook sterk af ten