HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 3

JPEG (Deze pagina), 837.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

, 3 I
van sommige gemeenten steeds hebben gemankeerd; hoogstwaar-
schijnlijk is er dus meer ontgonnen.
Dat in de provincie Noordbrabant zulk eene groote oppervlakte I I
woesten grond in cultuur is gebracht, kan geen bevreemding wek-
ken, wanneer wij de groote uitgestrektheid zien van dien gro-nd, I
die in deze provincie voorkrvvam. en waarover het volgende staatje
on·s inlicht:
I Oppervlakte van den woestcn grond, I
I JAAR I Noordbrabant. I
I Nederland. `ï_`___ï­I pCt.
Totaal. I ' I
1833 906506 181049 20
1897 598829 123549 21 E I
1907 563727 1 17569 I 21
1922 466066 92030 I 20 I
I I
I Uit de omstandigheid, dat de woeste grond in Noordbrabant
steeds omtreeks het 1/5 gedeelte van de totale oppervlakte vvoesten
grond in Nederland lblijft uitmaken, volgt, dat de ontginning in die
provincie ongeveer gelijken tred heeft gehouden met die in het
I overige gedeelte van het Rijk.
‘ Nauvv verbonden met het ontginningswezen, is de bezitsvorm van
den vwoesten grond.
_ In tegenstelling met de overige provinciën is in Noordbralbant en
‘ Limburg een zeer groot gedeelte van den vwoesten grond in het bezit
van gemeenten'.
Evenals in andere Gcrmaansche landen, was de oorspronkelijke
vorm van grondbezit in Nederland het gemeenschappelijk bezit in
den vorm van marken. In de meer afgelegen ·streken, zooals Drenthe,
Overijssel en een deel van Gelderland, waar de Germaansche zeden
het langst ongerept bewaard bleven en het Saksische element over-
heerschte, konden die instellingen zich bijna tot in den tegenewoor-
I digven tijd handhaven. In de minder afgelegen zuidelijke prowinciën, I
in Limburg en Noordbrabant, Waar de Frankische invloed zich meer
deed gelden, was dit anders. Daar wisten de Frankische koningen,
II die van de Romeinen het particuliere grondbezit hadden leeren
kennen, ·de gemeene gron·den reeds voor eeuwen te naasten. Zij
I