HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 22

JPEG (Deze pagina), 951.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

25
,,den tot den (Staat. Eenige gemeenten kunnen zich ook vereenigen
,,en eene zoodanige vereeniging kan mede van Staatswege wonden
,,aan‘bevolen. _
,,De aanvraag wordt door het Staatsboschbeheer on­derzocht en de
,,uitslag van dat onderzoek ter kennis van de gemeente gebracht. Is
,,deze uitslag gunstig, dan wordt een ontgwinningsplan voor de eerst-
{ ,,volgenide 10 jaren, opgemaakt en het bedrag van het renteloos voor-
I ,,sch-ot cbepaald, dat ten hoogste f 120.- per HA. en niet mteer dan
I ,,80 pct. der ontginningskosten mag bedragen. Het moet binnen 50
I ,,jaren worden teruggegeven. Met goedkeuring van Gedeputeerde
I ,,Stat1en wordt daarna een contract opgemaakt, waarbij de gemeente
I ,,·zich verbindt:
,,a. het werk onder Staatstoezicht uit te voeren overeenkomstig
I ,,het ontginningsplan en de in aansluiting daarmede opgemaakte,
,,door het Staatsboschbeheer goedgekeurde jaarlijksche werkplannen;
I ,,b. met de dagelijksche leiding van het werk te belasten, hetzij
I ,,boschwachters bij het Staatsboschbeheer, hetzij personen, die in
I ,,overleg met dat beheer worden aangesteld en bezoldigd; -
,,c. de gronden Een bebosschingen te stellen onder voortdurend
I ,,Staatstoezicht, geen veilingen te doen zonder goedvinden van het
I ,,Staatsbo·schbeheer, en den kaalgeslagen grond weder overeenkom-
I ,,·stig een door ·dit «be.heer goedgekeurd bedrijfsplan te bebosschteng
¤ ,,d. het ·voorschot op tijd terug te geven;
,,e. van de exploitatie eene afzonderlijke rekening te houden, en
I ,,behalve de kosten der Staatsbemoeiing alle kosten, dus ook van de
,,·bezoldiging der boschwachters, te dragen."
I De verkrijging van rentelooze voorschotten werd later ook open-
gesteld voor vereenigingen en, stichtingen van algemleen nut.
De stijging van arbeidsloonen en materialen maakte het in 1919
noodzakelijk het maximum rensteloos voorschot per HA. te verhoo-
en van f 120.- tot f 180.-. Tevens nam de Staat toen de kosten
ç g
I van het door de boschwachters uitgevoerde toezicht op zich. Bij
I Koninklijk Besluit van 31 December 1920 werd het maximum per
I HA. nogmaals verhoogd en wel tot f 240.-, terwijl bepaald werd,
I dat in bijzondere gevallen een liooger voorschot kan worden xverleend.
I Met ingang van 1 Januari 1924 (Kon. besluit van 12 Jan. 1924 No.
I 7) is het maximum renteloos voorschot tot f 200.- per H.A. terug-
I gebracht, in verband met de vermindering van de gemiddelde be-
bosschingskosten.
; De mogelijkheid om aan publiekrechtelijke lichamen en vereeni-
I gingen of stichtingen van algemeen nut technische en finantieele
I hulp in dlen vorm van renteloos voorschot te verleenen is in de
I Boschwet 1922 vastgelegd. Overeenkomstig artikel 8 dier wet kun-
I n-en zoodanige instellingen, welke naar het oordeel van den Minister
I van Binnenlandsche Zaken en Landbouw eene voldoende uitgestrekt-
I
i
s