HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 20

JPEG (Deze pagina), 942.60 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

l
1
E
§ . ,
§ 23
l
H·oofdstuk IV.
ll .
HET STAATSBOSOHBEDRIJF EN DE ONTGINNING EN
{ BEBOSSOHING IN NOORDBRABANT.
§ De tijden, dat in ·ons land weinig werd gevoeld voor bebossching
T van overheidswege, liggen nog niet zoo heel ver achter ons. De
lr Staathuishoudkundige leer, dat ·de overheid ongeschikt is voor het
; exploiteenen van bedrijven en dat ·dit aan particulieren moet worden
J overgelaten, onrdat die bedrijven dan alleen door vrije concurrentie
{ tot den grootst mogelijken bloei kunnen komlen, paste nren in de
g vorige eeuw ook toe op het cultuurbedrijf. Deze beginselen lei-ddlen
é tot vervreemding van Staats- en gemeentelijk bezit om het parti-
Q culiere initiatief in ·de gelegenheid te stellen deze grond-en te ex-
ï ploiteeren. Vele voor bebossching of voor bouw- en grasland geschikte
V gronden kwamen zoodovende in handen van particulieren en doordat
l de vervreemding van den Staats- en gemeen-tegr-ond veelal stelselloos
I plaat-s had, leidde een en ander vaak tot versnippering van het bezit.
` Niet alleen woeste gron·d wer­d verkocht, doch ook domeinbosschen ‘
Q liet men. dit lot deelerr, in de verwachting, dat de nieuwe eigenaren
l de exploitatie daarvan ter hand zoudleng nemen. Deze verkoopingen
E leidd-en echter niet tot het beoogde doel; de verkoop van domein-
¥ bosschen had dikwijls geheele r·ooiing tenrgevolge, terwijl door de
nieuwe eigen·aren betrekkelijk weinig aan ontginning werd gedaan.
Doordat de -domeinbos-schen nabij Breda van 1816 tot 1882 tot de
·d·otatie van wijlen Prins Frederik behoorden, bleven deze in stand,
terwijl op bescheiden schaal ook bebossching van tot deze dotatie
behoorenden woesten grond plaats had, z­oo b.v. omstreeks 1845 bij
N wijze van werkverschaffing in de Oosterhoutsche bosschen tijdens
l de aardappelcrisis.
l Ook enlkele gemeenten gingen in de vorige eeuw tot ontginning
A of bebossching van woesten gr·ond over, maar aangezien dit veelal
l -op onoordeelkundige wijze geschiedde, werden lang niet altijd gun-
; stige resultaten verkregen.
De exploitatie van de bestaande bosschen liet in het algemlelen
l veel te wenlschien over, hetgeen geene verwondering behoeft te
I wekken, indien rmven in aanmerking neemt, dat de boschbouwkundige
E kennis in ons land destijds in het algemeen ·op eem zéér laag peil
h stond.
l Ongeveer 35 jaren geleden begon zich de bebossching van woesten
l grond in ons land krachtig te ontwikkelen. De groote vraag naar
¥ mijnhout en het sterk stijgen van de houtprij·zen door den op'komkèn-
den mijnhouthandel lokte ·de menschen tot aanleg van bosch en de
l destij­ds heersclrende werkloosheid ten plattelande was daartoe mede
!