HomeBeschouwingen betreffende de ontginning en de bebossching in de provincie NoordbrabantPagina 19

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 49.75 MB

I
{ . {
{ {
a 22
loogden grond, daarop een laagje, waarin de uit den bovenlgrond {
{ afkomstige stoffen zijn afgezet, gevolg­d door den open, doorgaans
wit of geel gekleurden ondergrond. Soms is de uitgeloogde bodem-
laag ontaard in steriel l·codzand, waaronder men eene oerbank aan-
{ treft, die in dien; regel niet hard is. {
. Om eençe rationeele bebossching rnlogelijk te maken is het ge-
·wiemscht de ewentueel in den bodem aanwezige bank of de laag,
waarin bankvorming plaats heeft, te breken en te mgenïgen ·met ·den Q
{ondergrond en de uitgeloogde laag. Voor al deze gr·onden is dan ook {i
. voor het welslagen van de beplantingen eene vrij diepe bewerking {
aangewezen. Wlaar weinig uitloging heeft plaats gehad en geen
harde lagen voorkomien, kan met minder diepe bewerking worden
{ volstaan en is ook de geschiktheid voor bezaaiing grooter. 4
l Hier ·en daar zijn de hooge gronden. in den l·0op ·der tijden in {
` stuivenden toestand geraakt. Vrij belangrijke complexen stuifzan­d
treffen: wij o.a. tusschen Loon op Zand en Drun·en, bij Herpen, {
Overloon, Vlierden., Alphen, enz., terwijl verder op verschillende ver- V
ir sprei·d gelegen. plaatsen kleinere stuifzan-den zijn aan te wijzen-. De {
Noordbrabantsehe stuifzanden vertoonen in dien regel niet de groote {
onvruchtbaarheid, welke deze grondformatie el·ders in het land V
kenmerkt. Indien deze gronden eenêigszins bewerkt en behoorlijk
{ door bedekking met hei·de of anderszins tegen verstuiving zijn be- E
`schernrd, i-s eene beplanting met grove den in den regel ·zeer goed
{ m-ogelijk en geeft goede resultaten. ” ’
{ Een ­bijz·on=dere plaats onder de woeste gronden wordt ingenomen
door de veenigronden. Deze rkomienl vrijwel uitsluitend voor in het {
{ z.g. Peelgebied. Er is nog slechts weinig onontgonnen veen. Van de
meeste veengronden is het bowenveen voor turf·str·ooisel-exploitatie
gebezigd, terwijl ook het daaronder gelegen zwartveen veelal reeds {
is geëxploiteerd of in exploitatie is. Vrij veel treft men nog de z.g. {
,,boerenkuilen" aan, waar door ·de boeren op onregelmatige wijze is
vervelend, zoodat tusschen dammleni van veen diepe uitgegraven gat­en {
zijn ont-staan. ` ,
Het ontginnien van veen, waarvan het lbovenveen is verdwenen, is
een kostbare en tijdroovvende zaak, tengevolge van dien velen moei- {
zamen arbeid, welken de bewerking ­daarvan vordert. Toch is in het
Peelgebied reeds een belangrijke oppervlakte ontveenden grond in {
cultuur gebracht. Het spreekt wel vanzelf, dat dit bijna uitsluitend {
landbouwontginning is. De hooge `ruggen en zandige deelen, welke {
verreweg het grootste deel van het Peelgebied innemen, onder- {
scheid-en zich niet bijz·onder van het overige deel van Oost-N·oord- ‘
brabant. Ook hier treft men afwisselend lage, middelhooge tot {
hooge heidegronden aan, al dan niet met loodzand- en bankvorming,
terwijl de oultuurgeschiktheid naar denzelfden maatstaf kan worden
bepaald als in de overige deelen der provincie.
{