HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 8

JPEG (Deze pagina), 1.15 MB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

k
li
Een verdere stap vooruit was de oprichting, den 25sten Februari 1899,
van een Afdeeling Amsterdam, voornamelijk dank zij den ijver van mej
W. F. F u c h s en de dames W e n s c h, en IS Maart van hetzelfde jaar
een afdeeling Haarlem, welks leider was de beproefdedierenbeschermer
en humanitariër J. W e s t e n d o r p, die later gedurende een lange reeks
{ van jaren de functie van Bondssecretaris heeft vervuld.
ï Dank zij al deze activiteit was het aantal leden in Maart 1899 tot 804
gestegen.
Den 5en October werd de afdeeling Utrecht opgericht. Voorzitter was
çg H u g o N o l t h e n i u s, die jarenlang Bondsvoorzitter geweest is, terwijl
tevens W i l l e m v a n d e n H e u v e l, een van de krach.tigste figuren
in ons Bondsleven, in het afdeelingsbestuur werd opgenomen.
Het aantal leden bleef de eerste jaren stijgen, tot het met 1 Maart 1903
een maximum van 992 bereikte. Het duizendtal hebben we, ondanks alle
aangewende pogingen, niet kunnen halen.
F =x= se
Beginsel. Het beginsel van onzen Bond staat in de Statuten vermeld,
en is gericht op ,,afschaffing van de Vivisectie". In de oorspronkelijke
Statuten waren deze woorden opgenomen; later zijn ze er uit verdwenen,
maar de geest daarvan is behouden.
= Hoewel ten slotte het streven van alle anti-vivisectievereenigingen in
· de wereld gericht is op een toestand waarin geen vivisectie in onze samen-
leving meer geduld zal worden, is er in den weg waarop men meent dezen
eindtoestand te moeten bereiken, groot verschil van opvatting, dat geka-
rakteriseerd wordt door de woorden ,,abolitionisten" en restrictio-
nisten”. Eerstgenoemden eischen van den Staat volledige verbodsbepa-
L. lingen, nemen desnoods genoegen met gedeeltelijke verbodsbepalingen
Q (b. v. vivisectie voor onderwijsdoeleinden), maar verwerpen alle beper-
kende wetten, waardoor de vivisectie van staatswege erkend en geregle-
lï menteerd wordt.
De restrictionisten daarentegen meenen, dat elke beperking een winst
ë is voor de dieren en een stap tot het einddoel, en door de anti-vivisectie-
vereenigingen als zoodanig behoort nagestreefd te worden, mits de be-
r perking reëel is en tot vermindering van dierenlijden strekt.
Het pro en contra van deze beide opvattingen zal hier niet uiteengezet
worden; belangstellenden kunnen dit nalezen in ,,Ons Standpunt".
F Maar wel dient hier in het licht gesteld te worden, dat dit verschil
in opvatting tot scheuring onder de vivisectiebestrijders geleid heeft. Het
sterkste in Engeland, waar de vivisectiestrijd krachtiger gevoerd wordt
E dan in eenig ander land. Daar wordt alle samenwerking tusschen beide
richtingen gemist, de groote vereenigingen die de wederzijdsche stand-
punten aanhangen, negeeren of bestrijden elkaar, maar werken niet samen.
De ,,Wereldbond" stond aanvankelijk op abolitionistisch standpunt,
maar ook daar is de scheuring aan den dag gekomen door gesplitste con-
gressen, die, met den oorlog, medegewerkt hebben om den Wereldbond
lg machteloos te maken.
r
>
r
1