HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 7

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 7.29 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

5
keurde vereeniging en ,,Androcles" als Bondsorgaan aangewezen. F e l i x
O r t t werd met het voorzitterschap en M a r i e ] u n g i u s met het
secretariaat belast, terwijl in het bestuur ook Mevrouw v a n d e r H u c h t
en S uz e G r o s hans zitting hadden.
De propaganda werd nu met alle beschikbare kracht ter hand genomen.
Tal van nieuwe geschriftjes zagen het licht, en door veel persoonlijke
correspondentie met dierenbeschermers en andere humanitariërs werd
getracht het ledental te vermeerderen.
Het jaar 1898 kenmerkte zich door een enquête, welke de Bond hield
onder de medici in Nederland. Zij zond daartoe aan al de bekende adressen
van medici en tandartsen een brochure, getiteld: ,,Is de Vivisectie in het
belang der Menschheid", door den Bonds-voorzitter samengesteld en
van een voorwoord van Prof. van Rees voorzien. Van de j; zooo
medici werd door 361 een duidelijk antwoord gegeven; daarvan waren
252 vóór vivisectie, waaronder 65 voorstanders van beperkende wettelijke
bepalingen. Van de 109 tegenstanders waren 42 volstrekte tegenstanders.
De namen dezer tegenstanders werden in het Orgaan van januari 1899
afgedrukt. Onder het verslag der enquête lezen we de volgende beschou-
wing:
,,De slotsom, waartoe de enquête ons geleid heeft, is dat de groote
meerderheid der school-geneeskunde, m. a. w. de allopathische richting,
tegen ons streven gekant is. Het Homoeopathisch Maandblad beschouwt
ons werk met tamelijke onverschilligheid, zegt echter, dat de homoeopathie
met dierproeven niet gebaat is en 't beter was de werking harer middelen
op menschen te bestudeeren. Daarentegen hebben wij de natuurgeneeswij zel)
in beginsel aan onze zijde. Het komt ons daarom voor, dat van de laatst-
genoemde richting, van hydro­therapie als geneeskunde en hygiëne als
voorbehoedmiddel tegen ziekte, in hoofdzaak de steun zal moeten komen
dien wij noodig hebben; dat de anti-vivisectionisten en de voorstanders
van natuurgeneeswijze en hygiëne elkaars natuurlijke bondgenooten zijn."
Het is daarna gebleken, dat deze beschouwing juist was. Van de medici
die blijkens de enquête aan onze zijde stonden, en bijna allen tot de offi-
cieele school behoorden, heeft niemand ons ooit een beteekenenden steun
gegeven, behalve Dr. P l a n t e n g a (homoeopaath), Dr. R e i c h (voor-
stander van hygiëne en natuurgeneeswijze) ]. T h. N o o r d ij k (later
hoofdbestuurslicl geworden, die een vrij onafhankelijk standpunt innam),
en vooral Dr.. G. L u c ht m a n s, Oud-Inspecteur van den B. G. D.
van Ned.-Indië in den Haag, die in eenige uitstekende en veelgelezen
brochures op prachtige wijze zijn natuurgeneeskundige en anti-vivisectio­
nistische opvattingen in het licht heeft gesteld en aan wiens steun onze Bond
buitengewoon veel te danken heeft.
1) Ter voorkoming van misverstand zij opgemerkt, dat destijds het begrip ,,natuur­
geneeswijze" in beperkter zin werd opgevat dan thans de Vereeniging voor Natuurgenees-
wijze blijkens haar statuten doet. Destijds werd meer gedacht aan physische - vooral
watergeneeswijze, met wetenschappelijke voorgangers als_Dr. L a h m a n n, Prof. W i n-
t e r n i t z en anderen.