HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.11 MB

TIFF (Deze pagina), 7.42 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

ig It
enkelen bedankten en weer een vrij groot aantal werd onvindbaar"1l.
De Afdeelingen. Aanvankelijk bestond, gelijk gemeld is, veel verwach-
ïl ting van de oprichting van Afdeelingen. Later bleek, dat deze wel eenig
E9 administratief gemak opleverden en ook wel een enkele maal iets voor de
propaganda deden, maar dat er toch weinig kracht van uitging. De af-
èfï deelingsvergaderingen waren meestal zeer slecht bezocht, vaak waren be-
halve het Afdeelingsbestuur nauwelijks een paar leden tegenwoordig.
ii Afdeeling Amsterdam hield geleidelijk op te functioneeren, doordat de
fi actieve bestuursleden stierven of door ziekte niet meer in staat waren 1
krachtdadig te werken. j
Afdeeling Utrecht werd in 1915 omgezet in een correspondentschap,
doch in 1919 opnieuw opgericht.
Afd. Haarlem bleef bestaan, wat wel in de eerste plaats aan de onwrik­
bare volharding van de familie W e s t e n d o r p te danken was. ? p
Bleek aldus, dat de Afdeelingen, bij allen goeden wil, toch weinig i
T- konden presteeren, zoo bleek ook, dat er een gevaar aan verbonden was, jl
wanneer er buiten verband met het Hoofdbestuur zou gehandeld worden, J
1 b.v. door uitgeven of verspreiden van minder goede lectuur, of wanneer
door eigenmachtig en ongeorganiseerd optreden het werken belemmerd ‘
werd. Zoo vatte bij ondergeteekende de meening post, dat het beter was
Q; als de Afdeelingen werden opgeheven en het werk meer gecentraliseerd
gj werd in het Hoofdbestuur. Het voor en tegen daarvan is op de jaarver- g
gadering van 1929 te Hilversum besproken, maar het voorstel tot opheffing j
; is bij den bestaanden wensch der Afdeelingen om zich te handhaven en
l van de Haagsche leden om een nieuwe Afd. te vormen, door den voor- ï
jè steller ingetrokken.
; =x< =x< 1
Propagandamiddelen. Bij de geschetste moeilijkheden om leden te T
ï‘ winnen en de bestaande leden tot actieve bewijzen van belangstelling en
medewerking te behouden, heeft het Hoofdbestuur in den loop der jaren
alle mogelijke wijzen van propaganda beproefd, daarbij ook rekening p
"l houdend met wat in het buitenland gedaan werd.
F.; In het jaarverslag 1902 geeft het H. B. zijn standpunt ten opzichte van j
de propaganda als volgt weer: .
Y ,,S0mmige leden meenen, en de groote massa der leden toont te meenen,
é dat het Bestuur maar moet werken, en dat zij kunnen volstaan met con-
5 tributie betalen. Dat is de taak niet van het Bestuur. Het Bestuur moet
q werken, maar de leden ook; en het Bestuur, dat over de geldmiddelen «
beschikt, moet de leden in staat stellen te werken. Daar heeft ons H. B.
le i
1) We kunnen natuurlijk in normale gevallen de toename van het ledental verblijdend
vinden, maar of dit nog verblijdend is als een aantal plotseling toegetreden leden zonder
eenige kennis van zaken samenspannen om het Bestuur omver te werpen en aan den
Bond een anderen koers voor te schrijven, is een heel andere zaak.