HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.09 MB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

I3
in het aantal leden, dan wel in het doordringen van de anti-vivisectie­
idee onder de menschheid, al spreekt het vanzelf, dat een toenemend
ledental altijd wenschelijk is, al was ’t ook om de versterking van de
finantiën, waardoor weer de werking van den Bond intensiever
zijn kon.
Deze gedachte komt te voorschijn in het Jaarverslag over 1921 (Orgaan
Juli 1922). Daar wordt gewezen op een enquête die gehouden werd onder
de leden van den Vegetariërsbond en waarin ook de vraag gesteld werd,
hoe de vegetariërs stonden tegenover het vivisectievraagstuk. Het bleek
toen, dat de overweldigende meerderheid der vegetariërs beslist aan onze
zijde stond. We lezen dienaangaande voorts in ons Orgaan:
. ,,Dit moge een bemoediging zijn voor degenen onzer leden, die meenen,
W dat onze Bond toch niet hard vooruitgaat. We strijden nu al een kwart-
j V eeuw en wat hebben we bereikt? Zoo wordt vaak gezucht en
_ getwijfeld.
nl ,,We zien nu, dat de vooruitgang der idee veel sterker is dan die van
J den Bond, en daarom is het ten slotte toch te doen. De Bond is middel,
de Idee is doel".
En in het Jaarverslag over 1922 (Jaarverslag 1923):
,,Het ledental blijft vrij stationair. Dit is natuurlijk in zekeren zin te
betreuren. Echter ziet het H. B. er geenszins in een reden tot ontmoediging.
Immers het neemt te goed waar, hoe toch een mildere geest doordringt,
hoe toch. . . onze Bond een zekere ,,standing" heeft verw0rven."
Na het hoogtepunt in 1903 van 992 leden is het ledental met enkele
schommelingen gedaald tot een minimum van 660 met 1 Januari 1916.
3 Daarna ontstond een geleidelijke stijging tot ongeveer 800 in 1920 en dit
cijfer bleef eenige jaren lang stationair. Vanaf I923_I928 vinden we geen
_ nauwkeurige opgave van ledental, waarschijnlijk omdat dit niet op te
geven was door de massa onvindbare leden, van wie men niet wist of ze
ll eigenlijk geschrapt moesten worden of niet.
In 1924 was een laagtepunt in het Bondsleven; toen werd geen jaar-
vergadering gehouden.
In 1925 ontstond echter een keerê ten goede, met de jaarvergadering
in Arnhem. Toen werd arts Hettema als bondssecretaris gekozen,
en van toen af ontstond nieuwe activiteit. Gunstig daartoe werkte ook het
besluit van de Buitengewone Alg. Vergadering van 16 Dec. 1925 om den
Bond wederom 29 jaar voort te zetten, en het overlijden van den heer
C 0 s t e r v a n V 0 o r h 0 u t, waardoor de Bond de beschikking kreeg
over de erfenis van f 59,000.-, waarvan we sinds 1904 de toezegging
hadden, zoodat er weer geld beschikbaar was voor meerdere propaganda.
In 1928 kon dan ook gemeld worden dat met 1 Juni het ledental 850
bedroeg. Al bevat ook het Jaarverslag 1926-’27 dezelfde klacht als van
ouds: ,,Het ledenaantal gaat vooruit, ondanks het feit, dat van de oudere
leden er zoovele door verhuizing onvindbaar worden. Het is zeer onaan-
genaam, dat zoo dikwijls niet de moeite genomen wordt een adresver-
andering op te geven."
En in het volgend jaarverslag: 1928-’29: ,,Het ledental nam toe,