HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

tg -
I2
ïï
bestuur en de Afdeelingsbesturen over, enkele loffelijke uitzonderingen
daargelaten. Het Orgaan werd weinig gelezen, en zelfs werd vaak de
E moeite niet genomen van adresveranderingen kennis te geven, waardoor
de leden zoek raakten en de ledenlijst onnauwkeurig werd.
W In tal ·van oude Organen kan men lijsten van onvindbare leden aan-
ii treffen.
Bewijzen van dit gebrek aan belangstelling vindt men in de oude Organen
en jaarverslagen in overvloed.
jj; Zoo lezen we in het Iaarverslag 1901 naar aanleiding van de tentoon-
" stelling van een symbolisch schilderstuk van W. v a n d e n H e u v e l
in Utrecht en den Haag het volgende:
,,ln den Haag was, ondanks de geplaatste advertenties, het bezoek zeer ­
Q gering. Kan dit voor een deel ook te wijten zijn aan de reeds genoemde W
omstandigheid, n.l. 't gebrek aan activiteit van de meeste Bondsleden, g V
wat tot dusver ook gemaakt heeft, dat in een plaats als den Haag, met _
Scheveningen tellende 234 leden en donateurs, nog maar steeds geen drietal nl
personen gevonden zijn, die ’t initiatief namen om een afdeeling op te 4
ä richten en daarvan het bestuur te willen vormen ?"
’ In het jaarverslag 1907 wordt melding gemaakt van een lezing door
den destijds zeer bekenden Franschen anti-vivisectionistischen medicus
. Dr. M a ré c h a l gehouden in Utrecht en in den Haag, dat die in laatst-
gj genoemde plaats zeer weinig belangstelling vond. In jaarverslag 1909
gi lezen we:`
,,Aan de administratie voor de expeditie van het Orgaan was als vroeger
veel te doen. Maar weinigen onzer leden geven kennis bij adresveranderingen
of van het bedanken voor hun lidmaatschap. Wel werd het getal minder, g
l maar toch is het nog veel te groot van hen, wier exemplaar door de post
aan het adres terugkomt met nvertrolzlzen zonder nader adres", ,,heeft _
bedankt", ,,sinds lang geen lid meer" en dergelijke, en dat terwijl een aan-
tal nummers aan hetzelfde adres toch in ontvangst genomen moeten zijn, ll
daar die niet terug kwamen."
Hoe gering de zucht der leden was om zich van het vivisectievraagstuk
degelijk op de hoogte te stellen, of de intellectueelen uit hun omgeving
‘ daartoe in de gelegenheid te stellen, blijkt uit de volgende aanhaling uit
1 datzelfde jaarverslag:
,,Van de gelegenheid om zich voor f 1.- een exemplaar van het uit-
; stekende werk van F elix O rtt: ,,/`erdediging van ons standpunt"
aan te schaffen, is nagenoeg geen gebruik gemaakt."
? In het jaarverslag 1928/ 1929 de volgende uiting:
j ,,Het ledental nam toe, enkelen bedankten en weer een vrij groot aantal
werd onvindbaar" I`).
l
In verband met deze houding der leden in het algemeen kwam wel eens
de gedachte op, dat de beteekenis van onzen Bond toch niet zoozeer zit
ij 1) De heer P ij l c.s. maken hiervan niet de nalatige leden, maar den Bondssecretaris
,, een verwijt! Dit doet denken aan den bekenden stok en hond.
F
il?