HomeDe werkwijze van den Ned. Bond tot Bestrijding der VivisectiePagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 7.33 MB

PDF (Volledig document), 28.38 MB

S! J
l
l
8
$1
E niet langer prijsvragen uitgeschreven werden, tot welker beantwoording
vivisectie noodig 1S; 3e. niet langer toestaan van gelden, die thans nog
‘ van Rijkswege aan het verrichten van vivisectie op eenigerlei wijze ten ‘ i
goede komen; 46 oprichten van leerstoelen in de Physische Therapie. =
In November 1909 verscheen in ons orgaan een verslag van het Rapport
Q der Commissie in zake Vivisectie, in 1907 door de Regeering ingesteld -
het uiterste wat de ons welwillend gezinde Regeeringspersonen vermochten `
L te bereiken. Voor deze Commissie was door onzen vice-president den ,
·, IO ]uni 1908 getuigenis afgelegd en het Bondsbestuur had zich in een
g officieel schrijven met den inhoud van dit getuigenis vereenigd.
In de jaarvergadering van 1910 had een discussie plaats over de hou-
F u • • •
" ding welke onze Bond zou aannemen in zake het Rapport der Commissie.
Een motie, om zich in verbinding te stellen met het Comité tot beperking
t der vivisectie en met het Hoofdbestuur van de Ned. Vereeniging tot
bescherming van dieren om tot overeenstemming te geraken omtrent
hetgeen bij de Regeering gedaan kon worden, werd met algemeene stemmen
, aangenomen.
Dit overleg leidde tot een gezamenlijke adresbeweging, welke adressen
L echter, evenmin als de vorige, eenig praktisch resultaat hebben opgeleverd.
; Tengevolge van dit besluit heeft ondergeteekende, die zich met adressen
T aan de regeering principieel niet vereenigen kon, als hoofdbestuurslid
ä bedankt; hem werd het beheer der studiebibliotheek opgedragen.
Q =x= as
, äë
ir Een tweede principieel punt voor den Bond was de verhouding tot
J de geneeskunde. Het werd van het grootste belang geacht, dat de Bond
* niet alleen zich tegen de vivisectie verklaarde, maar ook positief op zou
{ treden, waar de algemeene opvatting der z. g. Schoolgeneeskunde,
zooals die aan onze Universiteiten werd geleerd, was dat de vivisectie
onmisbaar is. De Bond zou behooren aan te toonen, dat er een genees-
· kundige richting is die de vivisectie verwerpt of althans niet noodig heeft,
¥ en zou behooren te zorgen dat er artsen gevormd werden, welke de
E vivisectievrije geneeskunde toepassen, en inrichtingen, waarin zieken
H . vivisectievrij behandeld zouden worden.
Q Deze taak van den Bond wordt aangeduid als ,,constructief werken".
[ Het was aanvankelijk vooral Dr. G. L u c ht m a n s, de ervaren ge-
neesheer, die zoo krachtig voor onzen Bond in de bres gesprongen is,
ii wiens kunde en strijdwijze ook onzen tegenstanders eerbied afdwong en
aan wien onze beweging onvergetelijken dank verschuldigd is, die er met
klem op aandrong, dat onze Bond zich nauw met de Natuurgeneeskunde
moest aansluiten en dat daarvan alleen duurzaam heil voor de bestrijding
der vivisectie te verwachten was.
Ook werd door Suze Groshans, diein 1909 Hugo Nolthe-
E n i u s als Bonds-presidente opvolgde, telkens weer gewezen op het mooie
‘ voorbeeld dat Engeland ons gaf in het vivisectie-vrije Battersea-hospitaal, V
i
è j
ë •
E u

Ki
E